Skip to content
  • PRO
  • Events
  • Login
  • Register
  • Home
      • Influencers
      • Lexology European Awards 2026
      • Client Choice Dinner 2026
  • Lexology Compete
  • About
  • Help centre
  • Blog
  • Lexology Academic
  • Lexology Talent Management
  • Login
  • Register
  • PRO
Lexology Article
Back Forward
  • Save & file
  • View original
  • Forward
  • Share
    • Facebook
    • Twitter
    • LinkedIn
    • WhatsApp
  • Follow
    Please login to follow content.
  • Like
  • Instruct

add to folder:

  • My saved (default)
  • Read later
Folders shared with you

Register now for your free, tailored, daily legal newsfeed service.

Find out more about Lexology or get in touch by visiting our About page.

Register

Tips voor het Nederlandse familiebedrijf en de vermogende particulier (2017-2018)

Loyens & Loeff

To view this article you need a PDF viewer such as Adobe Reader. Download Adobe Acrobat Reader

If you can't read this PDF, you can view its text here. Go back to the PDF .

Netherlands October 11 2017

1 FAMILY OWNED BUSINESS & PRIVATE WEALTH Tips voor het Nederlandse familiebedrijf en de vermogende particulier EDITIE 2017-2018 Inhoudsopgave Voorwoord 3 UBO-register 4 Familiebedrijf 8 Investeringen 20 Internationale ontwikkelingen 22 BTW-ondernemer 26 Werkgever en werknemer 30 Heffing en invordering 38 Directeur-grootaandeelhouder 42 Oudedagsvoorzieningen 50 Vermogende particulier 56 Erven en schenken 66 Charitatieve instellingen 78 Team Family Owned Business & Private Wealth 83 Contact 84 Colofon 85 Family Owned Business & Private Wealth 3 Voorwoord Heeft u een familiebedrijf, bent u ondernemer en/of vermogende particulier? Dan is het juist nú een goed moment om uw (fiscale en juridische) situatie te evalueren, zo voor het einde van het jaar. Met ingang van 1 januari 2018 worden (mogelijk) diverse wetswijzigingen doorgevoerd zowel op fiscaal als op juridisch terrein. Wellicht dat u daarom dit jaar nog het nodige moet regelen. Hoewel het demissionaire kabinet een beleidsarme begroting heeft gepubliceerd op Prinsjesdag volgen de internationale ontwikkelingen elkaar in een hoog tempo op. Zo zien deze ontwikkelingen op het bestrijden van belastingontwijking, de behoefte aan transparantie, het tegengaan van misbruik van belastingverdragen en de bescherming van persoonsgegevens. Al deze ontwikkelingen hebben impact op de voor u relevante wet- en regelgeving. In deze uitgave ‘Tips voor het Nederlandse familiebedrijf en de vermogende particulier’ informeren wij u over de diverse (verwachte) Nederlandse wetswijzigingen zowel op fiscaal als op juridisch terrein. Daarnaast zijn in deze uitgave ook enkele wijzigingen in onze andere thuismarkten, België, Luxemburg en Zwitserland opgenomen, voor zover deze relevant zijn voor het Nederlandse familiebedrijf en de vermogende particulier. Op dinsdag 10 oktober jl. is het regeerakkoord bekend gemaakt. Daarin zijn diverse fiscale voornemens opgenomen die mogelijk voor u relevant zijn, zoals (i) verlaging van het vennootschapsbelastingtarief, (ii) afschaffing van de dividendbelasting, (iii) verhoging van het lage btw-tarief van 6% naar 9%, (iv) verlaging van de inkomstenbelastingschijven, (v) beperking van de hypotheekrenteaftrek waarin mede wordt voorzien in een geleidelijke afschaffing van de Wet Hillen, (vi) verhoging van het box 2-tarief en (vii) verhoging van het heffingvrije vermogen in box 3. Voornoemde voornemens zijn niet meegenomen in deze uitgave. Zodra deze plannen nader worden geconcretiseerd door middel van wetsvoorstellen, zullen wij u hierover berichten. Heeft u na het lezen van deze uitgave behoefte aan een nadere toelichting op een of meer onderwerpen? Of heeft u interesse in een vrijblijvend kennismakingsgesprek? Neem dan contact op met uw Loyens & Loeff-adviseur of met een van onze adviseurs van het team Family Owned Business & Private Wealth (FOB&PW). Wij helpen u graag verder. Met vriendelijke groet, Rotterdam, 11 oktober 2017 Fred van der Leije Voorzitter FOB&PW Belastingadviseur / Partner < terug naar de inhoudsopgave 4 UBO-register Vanuit de Europese Unie (EU) is veel aandacht voor transparantie op belastinggebied en voor maatregelen tegen witwassen. In dit kader moeten alle lidstaten van de Europese Unie verplicht beschikken over een register waarin gegevens worden opgenomen over de uiteindelijke belanghebbenden van in de Europese Unie gevestigde rechtspersonen en andere entiteiten. Deze uiteindelijke belanghebbenden worden ‘ultimate benefical owners’ (UBO’s) genoemd en het nieuwe register heet daarom het ‘UBO-register’. Hoewel de lidstaten van de Europese Unie vóór 25 juni 2017 moesten beschikken over een UBO-register, hebben de meeste lidstaten - waaronder onze thuismarkten Nederland, België en Luxemburg - deze deadline niet gehaald. Onze thuismarkt Zwitserland vormt geen onderdeel van de Europese Unie en is daardoor niet verplicht een UBO-register in te voeren, noch bestaat de intentie daartoe. < terug naar de inhoudsopgave Family Owned Business & Private Wealth 5 UBO-register Nieuw UBO-register Gevolgen UBO-register Vraagt u zich af wat het UBO-register voor u betekent? Het is raadzaam om in kaart te laten brengen wat de invoering van het UBO-register voor u betekent, zodat u weet of uw privacy en die van uw familie ook in 2018 voldoende gewaarborgd blijft. De omvang van het belang dat een persoon in een entiteit moet houden om als ‘UBO’ te worden aangemerkt, ligt in ieder geval bij belangen van meer dan 25%. Maar lidstaten mogen ook een lagere grens gebruiken. In het UBO-register worden bepaalde persoonlijke gegevens van de UBO’s van rechtspersonen en andere entiteiten opgenomen. Te denken valt aan de naam en geboortedatum van de UBO, maar ook aan de aard en omvang van het belang dat de UBO houdt. Heeft u vernomen dat binnen de Europese Unie wordt gediscussieerd over een nadere invulling van het UBO-register? Het is goed te weten dat binnen Europa op dit moment wordt gesproken over aanscherping van de regels met betrekking tot het UBO-register. Het gaat daarbij bijvoorbeeld over het minimumbelang om als UBO te kwalificeren en over een eventueel verplicht openbaar UBO-register. Het is dus goed mogelijk dat lidstaten van de Europese Unie hun wetgeving op het gebied van het UBO-register binnen enkele jaren weer zullen moeten aanpassen. Implementatie UBO-register in Nederland Bent u op de hoogte van de status van de implementatie van het Nederlandse UBO-register? Op 31 maart 2017 heeft Nederland via internetconsultatie een concept wetsvoorstel openbaar gemaakt over de implementatie van het UBO-register. Uit het concept wetsvoorstel volgt onder meer dat het Nederlandse UBOregister deel zal uitmaken van het Handelsregister en dat een groot deel van de in het UBO-register op te nemen informatie publiek toegankelijk zal zijn. Op basis van het concept wetsvoorstel worden in het UBO-register de UBO’s opgenomen van (i) in Nederland gevestigde ondernemingen en (ii) rechtspersonen die volgens hun statuten hun zetel in Nederland hebben. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om de UBO’s van een BV, NV of stichting. Nederland zal geen register instellen voor trusts. Ook buitenlandse rechtspersonen met een hoofd- of nevenvestiging in Nederland hoeven hun UBO’s vooralsnog niet te registeren. Momenteel wordt nog onderzocht of ook fondsen voor gemene rekening in het UBO-register zullen worden opgenomen. Het Ministerie van Financiën heeft op 18 september 2017 aangegeven dat alle consultatiereacties momenteel zorgvuldig worden bestudeerd en verwerkt. Het UBOwetsvoorstel zal naar verwachting begin 2018 aan de Tweede Kamer worden gezonden. Het Nederlandse UBO-register kan dan in de zomer van 2018 operationeel zijn. < terug naar de inhoudsopgave 6 UBO-register Implementatie UBO-register in België Bent u op de hoogte van de status van de implementatie van het Belgische UBO-register? Het Belgische parlement heeft op 20 juli 2017 een kaderwet aangenomen ten behoeve van de implementatie van het UBO-register. In de voorbereidende werken van de kaderwet staat vermeld dat niet iedereen onverkort toegang zal krijgen tot het Belgische UBO-register. Toegang tot het Belgische UBO-register wordt - naar verwachting - slechts verleend indien informatie wordt opgevraagd in het kader van het voorkomen van witwassen en de strijd tegen financiering van terrorisme. De concrete voorwaarden voor toegang tot het UBOregister zijn nog niet op alle punten duidelijk en zullen nog nader moeten worden ingevuld in een koninklijk besluit. In het Belgische UBO-register worden persoonlijke gegevens geregistreerd indien een persoon direct meer dan 25% van de aandelen, het kapitaal of de stemrechten van een in België opgerichte vennootschap heeft, dan wel een holdingvennootschap controleert die op haar beurt meer dan 25% houdt van de aandelen of het kapitaal van een in België opgerichte vennootschap òf wanneer een persoon op enige andere manier de zeggenschap heeft over een in België opgerichte vennootschap. In het UBO-register worden in ieder geval de naam, geboortedatum, nationaliteit en het adres van de UBO geregistreerd, alsook de aard en de omvang van het economisch belang dat de UBO houdt in de vennootschap. Een soortgelijke regeling zal ook van toepassing zijn op de UBO’s van stichtingen, (internationale) verenigingen zonder winstoogmerk, trusts en fiducieën. De verplichting om deze informatie te melden aan het UBO-register wordt opgelegd aan de bestuurders van de entiteit. In één of meerdere koninklijke besluiten dient nadere invulling te worden gegeven aan de implementatie van het UBO-register in België. Implementatie UBO-register in Luxemburg Bent u op de hoogte van de status van de implementatie van het Luxemburgse UBO-register? Tot op heden heeft Luxemburg nog geen wetsvoorstel ten behoeve van de implementatie van het UBO-register gepubliceerd, noch is bekend wanneer het wetsvoorstel in werking zal treden. De Luxemburgse minister van Financiën heeft op 30 maart 2017 wel aangegeven de implementatie van het UBO-register in het nationale recht te ondersteunen, maar tot op heden ontbreekt een nader tijdspad voor de implementatie. < terug naar de inhoudsopgave Family Owned Business & Private Wealth 7 UBO-register UBO’s van Zwitserse vennootschappen Bent u een UBO van een Zwitserse vennootschap en vraagt u zich af of Zwitserland ook een vergelijkbaar UBO-register gaat implementeren? Zwitserland vormt geen onderdeel van de Europese Unie en is daardoor niet verplicht een (publiek toegankelijk) UBO-register in te voeren, noch bestaat de intentie daartoe. Wel zijn Zwitserse vennootschappen sinds 2015 verplicht om intern een UBO-register bij te houden. Deze interne administratie is niet openbaar toegankelijk. Zwitserse autoriteiten kunnen het interne UBO-register opvragen wegens strafrechtelijke procedures of wegens een informatieverzoek op grond van een belastingverdrag. < terug naar de inhoudsopgave 8 Familiebedrijf Een familiebedrijf heeft te maken met eigen fiscale en juridische regels. Zo is het familiebedrijf vaak onderworpen aan de vennootschapsbelasting en zijn uitkeringen uit het familiebedrijf soms onderworpen aan dividendbelasting. Familiebedrijven die internationaal opereren kunnen daarnaast in aanraking komen met speciale (documentatie)verplichtingen. In dit onderdeel bespreken wij nuttige fiscale en juridische tips voor het familiebedrijf. < terug naar de inhoudsopgave Family Owned Business & Private Wealth 9 Familiebedrijf Nieuw Familiebedrijf Wijziging in de dividendbelasting Heeft uw Nederlandse familiebedrijf in het buitenland woonachtige aandeelhouders? Let dan op. Op grond van voorgestelde wetgeving is uw in Nederland gevestigde familiebedrijf mogelijk vanaf 1 januari 2018 verplicht om dividendbelasting in te houden over dividenduitkeringen aan de buitenlandse holdingmaatschappij van de betreffende aandeelhouder. Indien de buitenlandse holdingmaatschappij geen materiële onderneming drijft, maar bijvoorbeeld enkel aandelen, beleggingen en een pensioenverplichting houdt, dan kan de inhoudingsvrijstelling die nu geldt ter zake van dividenduitkeringen door een Nederlandse vennootschap aan een in de EU gevestigde vennootschap komen te vervallen met als gevolg dat maximaal 15% Nederlandse dividendbelasting moet worden ingehouden. In veel situaties zal Nederland vooralsnog worden beperkt in haar heffingsrecht op basis van een door Nederland met het andere land gesloten belastingverdrag. Deze zogenoemde ‘verdragsbescherming’ kan gelet op de huidige internationale ontwikkelingen op termijn echter komen te vervallen (zie in dit kader de tip ‘Multilateraal instrument (MLI)’ op blz. 23). Indien het voorgaande op uw structuur van toepassing zou kunnen zijn, neem dan op korte termijn contact op met uw adviseur. Earningsstrippingregeling Heeft uw Nederlandse vennootschap leningen uitstaan aan derden en/of groepsvennootschappen? Dan kunt u in de toekomst te maken krijgen met een beperking van de renteaftrek. Als gevolg van de Europese Anti Tax Avoidance Directive (ATAD) (zie de tip ‘BEPS en ATAD’ op blz. 23) worden EU-lidstaten verplicht om in de toekomst de aftrek van rente door belastingplichtigen te beperken door middel van het invoeren van een zogenoemde ‘earningsstrippingregeling’. Deze renteaftrekbeperking zal op 1 januari 2019 door Nederland moeten worden ingevoerd. De invoering zou gepaard kunnen gaan met de afschaffing van een of meer reeds bestaande renteaftrekbeperkingen. Hoewel de ATAD daartoe de mogelijkheid biedt, lijkt het erop dat de Nederlandse wetgever geen overgangsrecht introduceert voor leningen die zijn aangegaan vóór 17 juni 2016 en dat de earningsstrippingregeling dus ook van toepassing wordt op reeds bestaande leningen. Vraagt u zich af wat de earningsstrippingregeling inhoudt? De earningsstrippingregeling is een generieke renteaftrekbeperking die zowel van toepassing is op rente die is verschuldigd aan derden, als rente die is verschuldigd aan groepsvennootschappen. De hoofdregel is dat maximaal een bedrag ter grootte van 30% van de gecorrigeerde belastbare winst (de zogenoemde ‘fiscale EBITDA’) kan worden afgetrokken van de belastbare winst. Daarnaast bestaat er een franchise van jaarlijks € 3 miljoen per belastingplichtige. Dat wil zeggen dat een bedrag van € 3 miljoen aan rentelasten in ieder geval van de belastbare winst kan worden afgetrokken. Het percentage van 30% en de franchise van € 3 miljoen zouden nog naar beneden kunnen worden bijgesteld door het nieuwe kabinet. < terug naar de inhoudsopgave 10 Familiebedrijf CFC-regeling Heeft uw Nederlandse vennootschap een belang van meer dan 50% in een laagbelaste buitenlandse entiteit? Dan worden in de toekomst de door deze laagbelaste entiteit genoten inkomsten mogelijk in de Nederlandse vennootschapsbelastingheffing betrokken. Als gevolg van de ATAD (zie de tip ‘BEPS en ATAD’ op blz. 23) worden EU-lidstaten verplicht tot het nemen van maatregelen ten aanzien van bepaalde Controlled Foreign Companies (CFC’s). De CFC-regeling moet per 1 januari 2019 in Nederland zijn ingevoerd. De regeling is van toepassing op gecontroleerde entiteiten waarvan over de winst van de betreffende entiteit geen belasting naar de winst wordt geheven die naar Nederlandse maatstaven redelijk is. Er is geen sprake van een redelijke heffing indien minder dan 12,5% belasting over de naar Nederlandse maatstaven berekende winst wordt geheven. Certificering aandelen binnen fiscale eenheid Heeft uw familiebedrijf de dochtermaatschappijen gevoegd in een fiscale eenheid en zijn de aandelen in deze dochtermaatschappijen gecertificeerd? Houdt u er dan rekening mee dat dergelijke certificeringsstructuren met boekjaren die aanvangen op of na 16 oktober 2017 niet meer mogelijk zijn. Vanaf dat moment is het niet meer mogelijk om dochtermaatschappijen te voegen in een fiscale eenheid, als de aandelen in deze dochtermaatschappijen zijn gecertificeerd (bijvoorbeeld via een stichting administratiekantoor). Dochtermaatschappijen waarvan de aandelen op dit moment al zijn gecertificeerd zullen op dat moment met een ontvoeging uit de fiscale eenheid te maken krijgen. Een verbreking van een fiscale eenheid kan negatieve fiscale gevolgen hebben. Tref daarom tijdig maatregelen om een gedwongen verbreking van de fiscale eenheid te voorkomen. < terug naar de inhoudsopgave Family Owned Business & Private Wealth 11 Familiebedrijf Algemene Verordening Gegevensbescherming Verwerkt uw familiebedrijf in het kader van zijn activiteiten persoonsgegevens (denkt u hierbij bijvoorbeeld aan de verwerking van gegevens van uw personeel in verband met het bijhouden van een personeels- en salarisadministratie, maar ook aan uw klantenbestanden en debiteuren- en crediteurenadministratie)? Dan is uw familiebedrijf per 25 mei 2018 onderworpen aan de Algemene Verordening Gegevensbescherming. De Algemene Verordening Gegevensbescherming bepaalt aan welke eisen uw familiebedrijf moet voldoen bij het verwerken van persoonsgegevens en vervangt de huidige privacywetgeving, zoals deze is neergelegd in de Wet bescherming persoonsgegevens. Wat zal de Algemene Verordening Gegevensbescherming voor uw familiebedrijf betekenen? De Algemene Verordening Gegevensbescherming brengt meer verantwoordelijkheden met zich en nieuwe verplichtingen waaraan uw familiebedrijf moet voldoen bij het verwerken van persoonsgegevens, bijvoorbeeld op het gebied van transparantie, het bijhouden en melden van datalekken, ‘accountability’ en het inschakelen van derden bij de verwerking van persoonsgegevens. Daarnaast zorgt de Algemene Verordening Gegevensbescherming voor een versterking en uitbreiding van de rechten van de personen waarvan uw familiebedrijf persoonsgegevens verwerkt (zoals werknemers, contactpersonen van klanten en zakelijke relaties). Wat zijn de gevolgen als uw familiebedrijf nog niet klaar is voor de Algemene Verordening Gegevensbescherming? Handelen in strijd met de Algemene Verordening Gegevensbescherming kan negatieve consequenties hebben voor uw familiebedrijf. Reputatieschade en claims van betrokken personen liggen op de loer indien uw familiebedrijf de bepalingen van de Algemene Verordening Gegevensbescherming overtreedt. Daarnaast kan de Autoriteit Persoonsgegevens (bijvoorbeeld naar aanleiding van een klacht) onderzoek doen naar de wijze waarop uw familiebedrijf persoonsgegevens verwerkt in het kader van haar activiteiten. Als uit een dergelijk onderzoek zou blijken dat de gegevensverwerkingen binnen uw familiebedrijf niet voldoen aan de eisen zoals gesteld in de Algemene Verordening Gegevensbescherming, kan de Autoriteit Persoonsgegevens (onder andere) een last onder dwangsom opleggen of een administratieve boete die kan oplopen tot € 20 miljoen of 4% van de wereldwijde jaaromzet van uw familiebedrijf (waar de maximale boete onder de huidige privacywetgeving € 820.000 of 10% van de jaaromzet bedraagt). Het is dus van belang dat u inventariseert welke stappen nodig zijn binnen uw familiebedrijf om tijdig te voldoen aan de Algemene Verordening Gegevensbescherming. Wij assisteren uw familiebedrijf daar graag bij. < terug naar de inhoudsopgave 12 Zwitserse Tax Proposal 17 Bent u op de hoogte van wat de Zwitserse Tax Proposal 17 voor uw familiebedrijf betekent? Zwitserland is met de EU overeengekomen dat Zwitserland haar speciale belastingregimes, namelijk de zogenoemde holding company, mixed company, domiciled company, principal structure en finance branch regimes, zal afschaffen. Om de negatieve gevolgen van de afschaffing van de speciale regimes te beperken is de Zwitserse Corporate Tax Reform III (CTR III) voorgesteld. Echter, in februari 2017 is CTR III afgewezen in een referendum. In reactie hierop heeft Zwitserland in september 2017 een nieuw concept voorstel genaamd Tax Proposal 17 (TP 17) gepubliceerd en geopend voor publieke consultatie. Naar verwachting wordt in het tweede kwartaal van 2018 TP 17 behandeld in het parlement. De verwachte inwerkingtredingsdatum van TP 17 op federaal en kantonnaal niveau is 2020 of 2021. Als gevolg van TP 17 zullen de speciale belastingregimes worden afgeschaft. Deze afschaffing zal leiden tot een significant hogere belastingdruk voor Zwitserse bedrijven die hiervan gebruik maken. Verwacht wordt dat de belastingdruk stijgt, van de huidige 8-11% naar (maximaal) 24%. Om een dergelijke significante stijging van de effectieve Zwitserse vennootschapsbelastingdruk te voorkomen zullen sommige kantons hun vennootschapsbelastingtarief significant verlagen naar een internationaal competitief niveau van ongeveer 12-18%. Daarnaast bevat TP 17 onder meer de introductie van een OESO-conforme innovatiebox-regime op kantonnaal niveau en een additionele kostenaftrek voor research en development activiteiten. Familiebedrijf < terug naar de inhoudsopgave Family Owned Business & Private Wealth 13 Ook dit jaar relevant Familiebedrijf Werknemersparticipatieplannen Is uw familiebedrijf op zoek naar een manier om goed personeel aan zich te binden? Of is uw familiebedrijf op zoek naar een manier om de belangen van (een groep) werknemers en de familie als aandeelhouder te stroomlijnen? Dan is een werknemersparticipatieplan wellicht wat voor u. In principe is dit geschikt voor ieder bedrijf. Hierbij kan worden gedacht aan een aandelenregeling voor werknemers, waarbij aandelen of certificaten worden verkregen. Voorts bestaan er ook plannen die zijn gebaseerd op geldelijke betalingen welke afhankelijk zijn gemaakt van de prestatie van de onderneming en/of persoonlijke prestaties. Er bestaan vele manieren van participatie, waarbij flexibiliteit voorop staat. Variërend van geen zeggenschap in de onderneming, zodat het feitelijk een beloningspakket betreft welke geschakeld is aan het resultaat van de onderneming, tot plannen waarbij mede-eigendom synoniem staat voor medezeggenschap in de breedste zin. Dergelijke participatieplannen kunnen meerdere doelen dienen, zoals het werven en behouden van waardevol personeel, maar ook invullen van goed werkgeverschap. In de praktijk blijkt dat de participatie een positieve invloed kan hebben op de productiviteit en concurrentiepositie. Meldplicht datalekken Voldoet uw familiebedrijf aan de meldplicht datalekken? Sinds 1 januari 2016 is in de Wet bescherming persoonsgegevens de meldplicht datalekken ingevoerd. Op basis daarvan moet uw familiebedrijf onder sommige omstandigheden datalekken melden bij de Autoriteit Persoonsgegevens en de personen die door het datalek zijn getroffen. Deze melding moet worden gedaan binnen 72 uur nadat het datalek is ontdekt. Voorbeelden van datalekken zijn een hack van uw klantenadministratie, verlies van een laptop met onversleutelde salarisgegevens van personeel en toegang tot uw bedrijfspand door een onbevoegde. Het is van groot belang dat uw familiebedrijf hieraan voldoet en dat er tijdig en accuraat wordt gehandeld in geval van een datalek. Het niet tijdig melden van een (meldplichtige) datalek kan op dit moment leiden tot een administratieve boete oplopend tot een bedrag van € 500.000. Een intern datalekprotocol kan daarbij helpen. Overigens omvat de Algemene Verordening Gegevensbescherming - die per 25 mei 2018 de Wet bescherming persoonsgegevens vervangt een soortgelijke meldplicht datalekken als de Wet bescherming persoonsgegevens. Overtreding van die meldplicht kan per 25 mei 2018 leiden tot een administratieve boete tot € 10 miljoen of 2% van de wereldwijde jaaromzet van uw familiebedrijf. < terug naar de inhoudsopgave 14 Familiebedrijf Continuïteit bij uittreding familielid Voorzien de statuten van uw familiebedrijf in een regeling bij uittreding van een familielid, zodat de continuïteit van het bedrijf gewaarborgd blijft? Vaak zullen de statuten een aanbiedingsregeling bevatten waardoor de aandelen (of certificaten daarvan) aan de andere familieleden te koop moeten worden aangeboden als een familielid besluit uit het familiebedrijf te stappen. De vraag is of de andere familieleden voldoende liquide middelen bezitten om de koopprijs te voldoen. Daarom zou u ook kunnen vastleggen - in de statuten of in een (aandeelhouders)overeenkomst - hoe de waardering van aandelen en de wijze van betaling van de koopsom plaatsvindt bij uittreding (daarbij rekening houdend met de fiscale gevolgen). Door het vastleggen van een duidelijke regeling in de statuten of een overeenkomst, kunt u er voor zorgen dat de continuïteit van het familiebedrijf gewaarborgd blijft en voorkomt u spanningen binnen de familie en de onderneming. Overweeg een familiestatuut Wilt u de continuïteit van uw familiebedrijf bevorderen? Overweeg dan eens een familiestatuut op te stellen. Als familie heeft u in principe allemaal eenzelfde belang: de continuïteit van de onderneming. Maar er kunnen ook tegenstrijdige belangen zijn tussen de familieleden en het familiebedrijf. Als daardoor conflicten ontstaan, kan de continuïteit van uw onderneming in gevaar komen. Door een familiestatuut op te stellen gaat u als familie in gesprek met elkaar en maakt u afspraken over hoe u omgaat met uw familiebedrijf. Hierdoor creëert u een zo goed mogelijke basis voor de continuïteit en de toekomst van de onderneming op de lange termijn. Familiebedrijf in goede handen Is uw (familie)bedrijf in goede handen wanneer u wegvalt? Niet leuk, maar wel belangrijk is het om er over na te denken wat er met uw (familie)bedrijf gebeurt wanneer u overlijdt of anderszins niet meer in staat bent om de onderneming te leiden. Wie krijgt het voor het zeggen, en wie worden de uiteindelijke aandeelhouders? Deze onderwerpen regelt u niet alleen in uw testament, maar juist ook in de vennootschapsrechtelijke regelingen zoals statuten en administratievoorwaarden. Het is van belang dat deze regelingen in lijn zijn met uw wensen. Maakt uw (familie)bedrijf gebruik van een stichting administratiekantoor? Dan kan het aftreden van een bestuurslid van die stichting (door overlijden of anderszins) wijzigingen in de zeggenschap binnen de onderneming tot gevolg hebben. Dit kan de continuïteit van de onderneming in gevaar brengen. Dit risico kunt u beperken door in de statuten van de stichting een regeling te treffen voor de opvolging van bestuursleden. Het is zelfs mogelijk dat het aftredende bestuurslid (van tevoren) zelf een opvolger aanwijst. < terug naar de inhoudsopgave Family Owned Business & Private Wealth 15 Familiebedrijf Lager belastingtarief voor innovatieve winst Besteedt uw familiebedrijf aandacht aan innovatie? Als uw familiebedrijf winst maakt met innovatieve producten of diensten waarvoor zij zogenoemde ‘S&O-verklaringen’ (Wet Bevordering Speur- en Ontwikkelingswerk) heeft verkregen, dan kan deze winst mogelijk worden belast tegen een verlaagd vennootschapsbelastingtarief van 5% (in plaats van het reguliere tarief van 20% of 25%). Dit bijzondere belastingregime wordt de ‘innovatiebox’ genoemd. Voor toepassing van de innovatiebox moet u wel een verzoek indienen bij de Belastingdienst. De gemaakte afspraken worden meestal vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst. Naast toepassing van de innovatiebox kunt u mogelijk een korting krijgen op de af te dragen loonbelasting voor medewerkers die zich met innovatie bezighouden. Als u in aanmerking wilt komen voor deze korting heeft u een zogenoemde S&O-verklaring nodig. Let wel, voor toepassing van de korting vanaf 1 januari 2018 moet u wel vóór 30 november 2017 de hiervoor benodigde WBSOaanvraag indienen bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl). Herziening innovatieboxregime Maakt uw innovatieve familiebedrijf gebruik van het innovatieboxregime? Let er dan op dat het innovatieboxregime met ingang van 1 januari 2017 is gewijzigd, waardoor u nieuwe afspraken moet maken over de innovatiebox met de Belastingdienst. In sommige gevallen is de toegang tot de innovatiebox beperkt. In andere gevallen is de toepassing van de innovatiebox daarentegen iets verruimd. Het is belangrijk om op tijd in overleg te treden met de Belastingdienst over de gevolgen die het nieuwe innovatieboxregime voor uw bedrijf heeft. Het herziene regime geldt voor boekjaren die zijn aangevangen op of na 1 januari 2017 en is van toepassing op immateriële activa die na 30 juni 2016 zijn voortgebracht. Voor immateriële activa die zijn voortgebracht voor 30 juni 2016 is overgangsrecht van toepassing, waardoor de innovatieboxregels van vóór 2017 op deze activa van toepassing blijven. Het overgangsrecht eindigt voor de meeste belastingplichtigen op 1 januari 2021. Wat betekent het herziene innovatieboxregime voor uw innovatieve familiebedrijf? In bijna alle gevallen heeft het nieuwe regime tot gevolg dat de innovatieboxafspraak opnieuw moet worden vastgelegd met de Belastingdienst. Het kan daarbij zo zijn dat het voordeel uit de innovatiebox na 2016 is beperkt. Een beperking van de innovatiebox ten opzichte van de jaren vóór 2017 kan zich met name voordoen als uw onderneming (i) S&O-werkzaamheden uitbesteedt aan gelieerde partijen, (ii) geen S&O-verklaringen heeft of (iii) een ‘grotere belastingplichtige’ is en voor haar ontwikkelingen wel S&O-verklaringen heeft maar geen patent of vergelijkbare juridische bescherming verkrijgt. Voor bestaande gevallen kan de nieuwe innovatiebox tot gevolg hebben dat de toegang tot het verlaagde tarief in komende jaren wordt beperkt, bijvoorbeeld omdat de bestaande immateriële activa niet (helemaal) voldoen aan de nieuwe regels. Het herziene innovatieboxregime biedt ook kansen: zo vallen sinds 2017 ook aangevraagde, maar nog niet toegekende patenten onder de innovatiebox. In 2017 is bovendien duidelijk geworden dat ‘grotere belastingplichtigen’ ook met een door hen ontwikkeld biologisch gewasbeschermingsmiddel toegang houden tot de innovatiebox. < terug naar de inhoudsopgave 16 Familiebedrijf Uw vennootschap doet een gift Overweegt u om uw vennootschap giften te laten doen aan een ANBI of een Steunstichting SBBI? Ook voor vennootschappen geldt dat zij giftenaftrek kunnen claimen als zij een gift doen aan een kwalificerende ANBI of een Steunstichting SBBI. Per jaar bedraagt de aftrek ten hoogste 50% van de winst met een maximum van € 100.000. De staatssecretaris van Financiën heeft goedgekeurd dat giften die een vennootschap doet in verband met de charitatieve behoefte van de aandeelhouder ook voor aftrek in aanmerking komen. Overigens kan een vennootschap ook gebruik maken van de multiplier bij giften aan een culturele ANBI. Een vennootschap mag in zo’n geval bij het bepalen van de giftenaftrek 50% van de gift extra in aanmerking nemen. Het maximale bedrag van deze extra aftrek is gesteld op € 2.500. Zie ook de tip ‘Giften doen aan een ANBI’ op blz. 63. Herstructureringen Overweegt u om binnen uw familiebedrijf de activiteiten van verschillende vennootschappen te reorganiseren (bijvoorbeeld door een juridische fusie of (af)splitsing)? Dan kan een dergelijke reorganisatie onder voorwaarden ook voor fiscale doeleinden nog met terugwerkende kracht plaatsvinden. Als uw familiebedrijf bijvoorbeeld het kalenderjaar als boekjaar hanteert, kan een afsplitsing of juridische fusie fiscaal onder voorwaarden nog met terugwerkende kracht tot 1 januari 2017 plaatshebben. Hierbij is onder meer van belang dat de afsplitsing binnen 12 maanden na aanvang van het boekjaar een feit is. Houdt u er rekening mee dat aan het effectueren van een reorganisatie wettelijke termijnen gebonden kunnen zijn, waardoor het raadzaam is om de reorganisatie tijdig voor te bereiden. Herinvesteringsreserve Heeft uw familiebedrijf in 2014 of later een bedrijfsmiddel verkocht en winstneming daarover uitgesteld door gebruik te maken van de herinvesteringsreserve? Houdt u er dan rekening mee dat uiterlijk eind 2017 de herinvesteringsreserve uit 2014 moet zijn aangewend voor nieuwe investeringen in bedrijfsmiddelen waarop de herinvesteringsreserve kan worden afgeboekt. Als de herinvesteringsreserve uit 2014 op 1 januari 2018 nog niet is geherinvesteerd in bedrijfsmiddelen, dan valt de toen gevormde herinvesteringsreserve in beginsel vrij in de belaste winst. Slechts in bijzondere situaties kan de herinvesteringstermijn worden verlengd. Heeft uw familiebedrijf in 2017 een bedrijfsmiddel verkocht en als gevolg daarvan een boekwinst behaald? Voorkom dat deze boekwinst alsnog in 2017 tot de belaste winst wordt gerekend door een herinvesteringsreserve te vormen. Daarvoor is belangrijk dat uw familiebedrijf een voornemen tot herinvesteren heeft en dat u dit herinvesteringsvoornemen voldoende heeft gedocumenteerd. Gemaakte verliezen in 2017 Heeft (een van) uw vennootschap(pen) verliezen gemaakt in 2017? Dan kan de verlieslijdende vennootschap het verlies in beginsel verrekenen met belastbare winst uit 2016 of met winsten in de jaren tot en met 2026. Voor verrekening van een verlies met een winst uit een eerder jaar (carry-back) geldt een termijn van één jaar. Bij voorwaartse verliesverrekening (carry-forward) geldt een termijn van negen jaar. < terug naar de inhoudsopgave Family Owned Business & Private Wealth 17 Carry-back niet mogelijk Heeft (een van) uw vennootschap(pen) verliezen gemaakt in 2017 en is verliesverrekening met het jaar 2016 (carry-back) niet mogelijk? Dan kan het raadzaam zijn om het fiscale resultaat over 2017 alsnog te verhogen door daar waar mogelijk kosten uit te stellen of baten naar voren te halen. Probeer dus tijdig na te gaan of u een verlies kunt verrekenen met het daaraan voorafgaande jaar. Onverrekende verliezen uit 2008 Heeft (een van) uw vennootschap(pen) nog onverrekende verliezen uit het jaar 2008? Dan zijn deze verliezen na afloop van het boekjaar 2017 niet meer verrekenbaar. Als de winst over het jaar 2017 onvoldoende zal zijn om dit verlies te verrekenen, kan het zinvol zijn om na te gaan of de ‘verdamping’ van 2008-verliezen valt te voorkomen, bijvoorbeeld door stille reserves binnen de onderneming te realiseren. Familiebedrijf Fiscale eenheid Bestaat uw familiebedrijf uit meerdere vennootschappen? Dan kunt u voor de vennootschapsbelasting mogelijk gebruik maken van het zogenoemde ‘fiscale eenheidsregime’. In dat geval worden de resultaten van een groep belastingplichtigen fiscaal geconsolideerd door deze toe te rekenen aan de gezamenlijke moedermaatschappij. Daardoor is bij het bestaan van een fiscale eenheid feitelijk nog sprake van één belastingplichtige (de moedermaatschappij). Voordelen van een fiscale eenheid kunnen zijn dat de resultaten van gevoegde maatschappijen met elkaar kunnen worden gesaldeerd, dat nog slechts één gezamenlijke aangifte hoeft te worden gedaan en dat onderlinge transacties fiscaal niet meer zichtbaar zijn. Een nadeel van de fiscale eenheid kan zijn dat gevoegde maatschappijen over en weer aansprakelijk zijn voor elkaars belastingschulden. Belastingen verdelen tussen vennootschappen Heeft uw familiebedrijf een fiscale eenheid en is de verdeling van belastingen tussen de gevoegde vennootschappen (nog) niet vastgelegd? Dan kan het raadzaam zijn dit alsnog te doen in verband met (i) mogelijke aansprakelijkheidstelling door een curator bij faillissement van een verlieslatende maatschappij, (ii) management accounting doeleinden en (iii) financieringsdocumentatie die vereist dat (belasting) schulden van debiteuren die onderdeel uitmaken van een fiscale eenheid worden afgezonderd van (belasting) schulden van gevoegde maatschappijen die geen partij zijn bij de financieringsdocumentatie. < terug naar de inhoudsopgave 18 Vennootschappen voegen in fiscale eenheid Wilt u per 1 januari 2018 bepaalde vennootschappen voegen in een fiscale eenheid? Dan moet u daartoe uiterlijk 31 maart 2018 een verzoek indienen. Bij voeging is het wel belangrijk om daarvan de gevolgen in kaart te brengen. Zo kan voeging van maatschappijen in fiscale eenheid leiden tot verplichte herwaarderingen, of tot een situatie waarin rente niet meer aftrekbaar is, terwijl dit voor voeging nog wel het geval was. Vennootschappen ontvoegen uit een fiscale eenheid Wilt u per 1 januari 2018 bepaalde vennootschappen ontvoegen uit een fiscale eenheid? Dan moet u daartoe uiterlijk 31 december 2017 een verzoek indienen. Het beëindigen van een fiscale eenheid kan in bepaalde gevallen voordelig zijn. Zo kunnen de ontvoegde vennootschappen elk gebruikmaken van het tariefsopstapje in de vennootschapsbelasting, dat betekent dat zij voor de winst tot en met € 250.000 (2018) worden belast met 20% en voor de winst daarboven met 25%. Het verbreken van een fiscale eenheid kan ook raadzaam zijn bij (i) verwachte verkoop van een bedrijfsonderdeel, (ii) het voorkomen van verliesverdamping of (iii) optimalisatie van de fiscale investeringsfaciliteiten. Let wel, verbreking van een fiscale eenheid kan ook negatieve fiscale gevolgen hebben. Breng deze daarom eerst goed in kaart, voordat u tot ontvoeging overgaat. Familiebedrijf Via het buitenland gehouden Nederlandse vennootschappen voegen in een fiscale eenheid Heeft u binnen uw familiebedrijf Nederlandse vennootschappen die worden gehouden via een buitenlandse vennootschap? Dan kunnen deze Nederlandse vennootschappen misschien worden gevoegd in een fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting. Onder omstandigheden is het namelijk mogelijk een fiscale eenheid te vormen in bepaalde EU-situaties. Denk hierbij aan een fiscale eenheid tussen Nederlandse zustermaatschappijen met een gezamenlijke EU-houdster of een fiscale eenheid tussen een Nederlandse moedermaatschappij en een Nederlandse kleindochter die via een EU-vennootschap wordt gehouden. Breng daarom tijdig in kaart of het in uw situatie mogelijk en verstandig is een dergelijke fiscale eenheid aan te vragen. Overgenomen vennootschap en fiscale eenheid Heeft uw familiebedrijf vóór 15 november 2011 met geleend geld een ander bedrijf overgenomen dat is gevoegd in een fiscale eenheid met de kopende vennootschap? Dan is het goed om te weten dat de renteaftrek op de ‘overnameschuld’ sinds 1 januari 2017 kan worden beperkt als de fiscale eenheid tussen koper en overgenomen vennootschap deel gaat uitmaken van een andere fiscale eenheid. Het is daarom belangrijk om bij herstructurering van uw vennootschappelijke structuur goed na te gaan of de rente op dergelijke overnameschulden aftrekbaar blijft. < terug naar de inhoudsopgave Family Owned Business & Private Wealth 19 Verrekenprijzen Heeft uw familiebedrijf meerdere vestigingen, of vinden er transacties plaats tussen uw familiebedrijf en u in privé? Dan heeft u te maken met de regels omtrent ‘transfer pricing’ (verrekenprijzen) voor onderlinge transacties. Voor fiscale doeleinden worden aan elkaar gelieerde partijen namelijk geacht tegen zakelijke voorwaarden met elkaar te handelen (arm’s length). Dit zakelijk handelen betreft niet alleen onderlinge leveringen en diensten, maar raakt bijvoorbeeld ook onderlinge financiering, garantstellingen en de verdeling van kosten en opbrengsten. De Nederlandse vennootschappen binnen uw familiebedrijf zijn verplicht om in hun administratie gegevens op te nemen waaruit blijkt op welke wijze de met gelieerde partijen gebruikte verrekenprijzen tot stand zijn gekomen en waaruit kan worden opgemaakt of sprake is van voorwaarden die ook door onafhankelijke partijen overeen zouden zijn gekomen. Wanneer dergelijke informatie niet voorhanden is, kan dit leiden tot correcties, dubbele belastingheffing of het opleggen van boetes. Financiering deelneming, dividenduitkering of overname Heeft uw familiebedrijf schulden aangetrokken ter financiering van een deelneming, dividenduitkering of een overname? Dan is (een deel van) de rente op deze schulden misschien niet volledig aftrekbaar. In de vennootschapsbelasting gelden namelijk verschillende bepalingen die de aftrek van rente op schulden kunnen beperken. Deze bepalingen grijpen aan bij de aard van de schuld (van een derde of gelieerde partij) of bij de aard van de transactie die wordt gefinancierd (bijvoorbeeld een overname). Door voorafgaand aan een transactie het effect van deze bepalingen in kaart te brengen kan een beperking van de renteaftrek vaak worden voorkomen. Familiebedrijf Voorzieningen Zijn in de jaarrekening van uw familiebedrijf voorzieningen opgenomen, of wilt u fiscaal uw winst uitstellen? Dan is het goed om na te gaan of voor fiscale doeleinden een voorziening (ook) kan worden gevormd. Bij het vormen van een voorziening gelden fiscaal andere regels dan onder het jaarrekeningenrecht, waardoor in veel gevallen fiscaal eerder een voorziening kan worden gevormd. Hiervoor gelden wel specifieke regels waar u nog voor jaareinde 2017 op kunt anticiperen. Functionele valuta Doet uw familiebedrijf haar belangrijkste transacties in een andere valuta dan de euro? Dan kunt u (belaste) koersresultaten voorkomen door uw aangifte vanaf 1 januari 2018 in uw ‘functionele valuta’ te doen. Om met ingang van 2018 gebruik te maken van deze mogelijkheid, moet u voor 1 januari 2018 een verzoek indienen bij de Belastingdienst en zult u uw jaarrekening vanaf dat moment ook in die valuta moeten opmaken. Vanaf het moment dat u aangifte doet in functionele valuta, dan geldt dit in beginsel voor een periode van tien jaar. < terug naar de inhoudsopgave 20 Investeringen Uw familiebedrijf doet mogelijk regelmatig investeringen in nieuwe bedrijfsmiddelen. Voor bepaalde investeringen zijn in de belastingwet stimulerende maatregelen opgenomen. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om energiezuinige investeringen of investeringen door het (grotere) MKB. In dit onderdeel komen de verschillende regelingen kort aan de orde. Misschien kunt u nog in 2017 van deze investeringsregelingen gebruik maken of zou u nog stappen kunnen nemen om terugname van een in een eerder jaar ontvangen tegemoetkoming op basis van zo’n regeling te voorkomen. < terug naar de inhoudsopgave Family Owned Business & Private Wealth 21 Investeringen Ook dit jaar relevant Investeringen Energie-investeringsaftrek (EIA) Heeft uw familiebedrijf in 2017 voor meer dan € 2.500 geïnvesteerd in nieuwe energie-bedrijfsmiddelen? Dan kunt u voor het jaar 2017 mogelijk 55% van de investeringen in aftrek brengen. Het percentage energieinvesteringsaftrek voor 2018 zal naar verwachting eveneens 55% bedragen. Het maximum bedrag van de in aanmerking te nemen energie-investeringen bedraagt € 120 miljoen in 2017. Het maximumbedrag voor het jaar 2018 zal naar verwachting eind december 2017 bekend worden gemaakt. Milieu-investeringsaftrek (MIA) Heeft uw familiebedrijf in 2017 voor meer dan € 2.500 geïnvesteerd in milieu-bedrijfsmiddelen? Dan kunt u voor het jaar 2017 (afhankelijk van de categorie waarin de investering is ingedeeld) 36%, 27% of 13,5% van investeringen in milieu-bedrijfsmiddelen in aftrek brengen. Deze percentages zullen voor 2018 naar verwachting gelijk blijven. Voor investeringen in bedrijfsmiddelen geldt voor de milieuinvesteringsaftrek een investeringsplafond van € 25 miljoen in 2017. Eventuele wijzigingen in het bedrag van het investeringsplafond worden naar verwachting in december 2017 bekend gemaakt. Kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA) Heeft uw familiebedrijf in 2017 voor een bedrag van € 312.176 of minder geïnvesteerd in bedrijfsmiddelen? Dan kunt u in aanmerking komen voor de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek. Door investeringsverplichtingen pas ná 31 december 2017 aan te gaan blijft u in 2017 wellicht onder dit grensbedrag. Hierdoor kan uw aanspraak op investeringsaftrek misschien in stand blijven als u door het aangaan van de investeringsverplichting anders meer dan € 312.176 in het jaar zou hebben geïnvesteerd. Investeringsaftrek bij verkoop bedrijfsmiddel Overweegt u om een bedrijfsmiddel dat uw familiebedrijf na 1 januari 2013 heeft gekocht te verkopen? Gaat u dan na of bij de aanschaf van dit bedrijfsmiddel gebruik is gemaakt van een investeringsregeling zoals de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA), energieinvesteringsaftrek (EIA) of milieu-investeringsaftrek (MIA). Door verkoop van een dergelijk bedrijfsmiddel binnen vijf jaar na het begin van het investeringsjaar moet de geclaimde investeringsaftrek namelijk worden bijgeteld bij het belaste resultaat. Het kan daarom zinvol zijn om verkopen van in 2013 aangekochte bedrijfsmiddelen uit te stellen tot in ieder geval 1 januari 2018. Investeringsaftrek bij nog niet in gebruik genomen bedrijfsmiddel Heeft u in 2015 of 2016 investeringsaftrek genoten voor een bedrijfsmiddel dat nog niet in gebruik is genomen? Let er dan op dat deze investeringsaftrek onder omstandigheden in 2017 kan worden teruggenomen. Dit doet zich bij 2015-investeringen voor als het bedrijfsmiddel op 1 januari 2018 nog niet in gebruik is genomen. Ter zake van 2016-investeringen doet dit zich voor als binnen 12 maanden na de investering het bedrijfsmiddel nog niet in gebruik is genomen en minder dan 25% van het totale investeringsbedrag binnen die termijn is betaald. Door tijdige ingebruikname of betaling voorkomt u dat eerder genoten investeringsaftrek wordt teruggenomen. < terug naar de inhoudsopgave 22 Internationale ontwikkelingen De laatste jaren is er internationaal veel aandacht voor de verdeling van ondernemingswinsten over de verschillende landen waarin een belastingplichtige actief is. De aandacht gaat daarbij vooral uit naar het bestrijden van situaties waarin sprake zou zijn van onwenselijke verschuiving van winsten of uitholling van de belastinggrondslag. Verschillende overheden en internationale organisaties stellen maatregelen voor om dergelijke winstverschuivingen tegen te gaan. Deze maatregelen kunnen ook uw familiebedrijf raken, zelfs als het bedrijf vooral binnen Nederland actief is. In dit onderdeel bespreken wij kort de recente ontwikkelingen op dit gebied en geven wij aan waarmee u misschien rekening moet houden. < terug naar de inhoudsopgave Family Owned Business & Private Wealth 23 Internationale ontwikkelingen Nieuw Internationale ontwikkelingen BEPS en ATAD Bent u op de hoogte van wat BEPS en ATAD voor uw familiebedrijf betekenen? BEPS staat voor ‘Base Erosion and Profit Shifting’ en is een initiatief van de OESO. ATAD staat voor ‘Anti Tax Avoidance Directive’ en betreft wetgeving van de EU die bestrijding van belastingontwijking tot doel heeft. BEPS en ATAD raken in het bijzonder bedrijven die internationaal actief zijn. Zelfs in gevallen waarin deze internationale activiteiten beperkt in omvang zijn. Laat u daarom goed informeren welke effecten BEPS en ATAD kunnen hebben op uw familiebedrijf. Als gevolg van BEPS en de ATAD worden op nationaal en internationaal niveau veel maatregelen getroffen die een onwenselijke verschuiving van winsten of uitholling van belastinggrondslag moeten tegengaan. Te denken valt aan maatregelen op het gebied van renteaftrek, maatregelen tegen internationale ‘mismatches’ (bijvoorbeeld dubbele aftrekposten of dubbele niet-heffing) en maatregelen waardoor inkomsten van buitenlandse dochtervennootschappen soms direct in de belastingheffing worden betrokken bij hun in de EU gevestigde aandeelhouder. Daarnaast gaat er bij de beoordeling van transacties internationaal veel aandacht uit naar de vraag of de ‘juridische en economische werkelijkheid’ met elkaar in overeenstemming zijn. Ten slotte zijn er verschillende initiatieven die in het teken staan van ‘transparantie’: het moet onder deze initiatieven inzichtelijk worden in welke landen een onderneming zijn winsten behaalt en hoeveel belasting daar over wordt betaald. Multilateraal instrument (MLI) Geniet u of uw familiebedrijf fiscale voordelen op grond van een bilateraal belastingverdrag? Dan is het goed om te weten dat in het licht van het BEPS-project diverse maatregelen zijn ontwikkeld, die deels worden opgenomen in de bestaande belastingverdragen tussen landen. Op deze wijze wordt beoogd invulling te geven aan belangrijke doelstellingen van het BEPS-project, zoals het tegengaan van misbruik van belastingverdragen en - meer in het algemeen het bestrijden van belastingontwijking. Aangezien er wereldwijd meer dan 2.000 belastingverdragen zijn gesloten heeft de OESO het aanpassingsproces van belastingverdragen willen faciliteren, stroomlijnen en bespoedigen. Dit is vormgegeven door de introductie van een multilateraal verdrag (ook wel ‘multilateraal instrument’ genoemd ofwel MLI) op grond waarvan nieuwe bepalingen en wijzigingen van bestaande bilaterale verdragen op relatief eenvoudige wijze kan plaatsvinden zonder dat elk verdrag afzonderlijk hoeft te worden aangepast. Vraagt u zich af wat het MLI voor u of uw familiebedrijf gaat betekenen? Het MLI zal in de praktijk als aanvulling op bestaande verdragen fungeren en heeft mogelijk gevolgen voor de mate waarin u of uw familiebedrijf al dan niet bent gerechtigd tot de voordelen van een belastingverdrag. In dit licht kan het MLI mogelijk verstrekkende gevolgen hebben. Maar zover is het nog niet. Eerst zal het MLI (en de keuzes die daarbij door de Nederlandse regering zijn gemaakt) het nationale parlementaire proces moeten doorlopen. De Tweede Kamer behandeling staat gepland in december 2017. De praktische gevolgen van het MLI op de Nederlandse bilaterale belastingverdragen zal daarom nog op zich laten wachten. Alhoewel moeilijk te voorspellen, ligt het niet voor de hand dat gewijzigde bilaterale verdragen voor 1 januari 2019 van kracht zullen zijn. Het is raadzaam om uw situatie of die van uw familiebedrijf in de loop van 2018 te laten controleren. < terug naar de inhoudsopgave 24 Groepsdossier en lokaal dossier Omvat uw familiebedrijf twee of meer vennootschappen of ondernemingen met een fiscale vestigingsplaats in verschillende landen? En waren de geconsolideerde groepsopbrengsten van uw familiebedrijf in 2015 ten minste € 50 miljoen? Dan moet u vóór het aflopen van de termijn voor indiening van de aangifte vennootschapsbelasting 2016 beschikken over een ‘groepsdossier’ en een ‘lokaal dossier’. Waren de geconsolideerde groepsopbrengsten van uw familiebedrijf pas in 2016 ten minste € 50 miljoen? Dan moeten het groepsdossier en het lokaal dossier vóór indiening van de aangifte vennootschapsbelasting 2017 gereed zijn. In deze dossiers wordt vastgelegd hoe het familiebedrijf omgaat met het beprijzen van onderlinge transacties (‘verrekenprijzen’). Het groepsdossier beschrijft het familiebedrijf op meer globaal niveau (inclusief de aard van haar bedrijfsactiviteiten, haar algehele verrekenprijsgedragslijn en haar wereldwijde allocatie van inkomen en economische activiteiten), terwijl in het lokaal dossier de door de belastingplichtige gehanteerde verrekenprijzen voor transacties in meer detail aan de orde komen. De dossiers moeten jaarlijks worden herzien. Uitwisseling van informatie over ‘rulings’ met de Belastingdienst Heeft uw familiebedrijf een zogenoemde ruling (d.w.z. een vaststellingsovereenkomst) gesloten met de Nederlandse Belastingdienst? Dan is het goed om te weten dat in internationaal verband afspraken zijn gemaakt tussen landen over de uitwisseling van informatie over rulings. Net als alle andere EU-landen zal Nederland ook informatie gaan uitwisselen met EUlanden en veel landen waarmee Nederland een (belasting)verdrag heeft. Ook reeds bestaande rulings vallen onder de reikwijdte van dit project. Inmiddels heeft de Nederlandse Belastingdienst de eerste belastingplichtigen benadert met het verzoek om een specifiek voor de uitwisseling ontworpen ‘template’ in te vullen. De Belastingdienst controleert de aangeleverde gegevens voordat deze met andere landen worden uitgewisseld. Ook dit jaar relevant Internationale ontwikkelingen < terug naar de inhoudsopgave Family Owned Business & Private Wealth 25 Landenrapport Bent u op de hoogte van de Nederlandse Country-by-Country Reporting regels? Sinds 1 januari 2016 kent Nederland zogenoemde ‘Country-by-Country Reporting’ regels. Doel van deze maatregel is het inzichtelijk maken in welke landen een onderneming actief is en welke belasting over de behaalde winsten in die landen wordt betaald. Country-by-Country Reporting verplicht bepaalde internationale ondernemingen jaarlijks een landenrapport (‘country-by-country report’) op te stellen. Het landenrapport bevat onder andere informatie over de wereldwijde fiscale winstverdeling en de per land daarover betaalde belasting. Onder de Nederlandse Country-byCountry Reporting regels moet het landenrapport voor de gehele groep worden opgesteld door de uiteindelijke moederentiteit van een groep. Het rapport wordt door deze moederentiteit binnen 12 maanden na afloop van het verslagjaar ingediend bij de belastingautoriteiten van het land waar zij gevestigd is. Een Nederlandse groepsentiteit die geen uiteindelijke moederentiteit is, kan ook rapportageverplichtingen hebben. Dit is bijvoorbeeld het geval als het land waar de uiteindelijke moederentiteit is gevestigd nog geen regels over landenrapportage heeft of als dit land haar landenrapportages niet met Nederland uitwisselt. Omvat uw familiebedrijf twee of meer vennootschappen met een fiscale vestigingsplaats in verschillende landen? En waren de geconsolideerde groepsopbrengsten van uw familiebedrijf in 2016 ten minste € 750 miljoen? Dan heeft u mogelijk te maken met landenrapportageverplichtingen waarvoor u voor jaareinde 2017 actie moet ondernemen. Hoewel het landenrapport over 2017 na afloop van het jaar mag worden aangeleverd, zijn belastingplichtigen wel verplicht om voor 31 december 2017 aan de Belastingdienst te laten weten of in Nederland een landenrapport zal worden aangeleverd en, zo niet, in welk land dat wel zal gebeuren. Grensoverschrijdende fiscale eenheid Houden uw Nederlandse vennootschappen aandelen in binnen de Europese Unie gevestigde dochtervennootschappen? Dan zouden uw Nederlandse vennootschappen misschien een beroep kunnen doen op een gunstige uitspraak van het Hof van Justitie van de EU, het zogenoemde ‘Groupe Steria-arrest’ dat in september 2015 is gewezen. Onder de huidige Nederlandse regels kunnen uw Nederlandse vennootschappen geen fiscale eenheid vormen met hun buiten Nederland in de EU gevestigde dochtervennootschappen. Door een fiscale eenheid alleen toe te staan in binnenlandse situaties, zou de Nederlandse wetgever mogelijk in strijd handelen met EU-recht. Op basis van Groupe Steria kan namelijk worden betoogd dat een belastingplichtige in grensoverschrijdende situaties een beroep zou moeten kunnen doen op bepaalde voordelen van de fiscale eenheid die in een puur binnenlandse situatie ook van toepassing zouden zijn. De reikwijdte van Groupe Steria is op dit moment nog niet duidelijk, maar een succesvol beroep op dit arrest lijkt alleen mogelijk als daar al bij het opstellen van de aangifte of afwikkeling van aanslagen rekening mee wordt gehouden. Het zal van geval tot geval moeten worden bekeken of het raadzaam is dit standpunt in te nemen, welk moment hiervoor het meest geschikt is en of dat ook moet worden doorgezet. Internationale ontwikkelingen < terug naar de inhoudsopgave 26 BTW-ondernemer Bij het voorbereiden van de laatste btw-aangifte over het jaar spelen een aantal extra aandachtspunten. Deze lichten wij hierna kort toe. Daarnaast gaan wij in op de wijzigingen met betrekking tot het btw-tarief op ‘geneesmiddelen’ en vragen wij opnieuw uw aandacht voor onder andere de btw-teruggaaf in relatie tot oninbare vorderingen. < terug naar de inhoudsopgave Family Owned Business & Private Wealth 27 BTW-ondernemer Nieuw BTW-ondernemer Btw-teruggaaf oninbare vorderingen Heeft u openstaande facturen van voor 1 januari 2017? Dan heeft u mogelijk recht op een ‘extra’ btw-teruggaaf. Niet-betaalde facturen met een uiterste betaaltermijn van vóór 1 januari 2017 worden namelijk bij fictie op 1 januari 2018 als oninbaar beschouwd. Mits de oninbaarheid niet al eerder feitelijk is komen vast te staan, moet u de btw op deze ‘oude’ facturen over de eerste aangifte van 2018 terugvragen. Heeft u te maken met klanten die uw factuur niet betalen? Dan kunt u de btw van de Belastingdienst terugvragen. Dit moet worden gedaan over het belastingtijdvak waarin is komen vast te staan dat de factuur oninbaar is. De teruggaaf moet in de reguliere btw-aangifte worden verwerkt. Let wel, een factuur wordt geacht oninbaar te zijn bij het verstrijken van één jaar na de betaaltermijn. Ook wanneer op dat moment nog niet zeker vaststaat dat de factuur niet zal worden betaald, moet u de btw over het tijdvak waarin de één-jaarstermijn verstrijkt terugvragen. Let op: betaalt uw klant toch nog de factuur? Dan moet u de teruggevraagde btw opnieuw aan de Belastingdienst afdragen. Aanscherping definitief geneesmiddelen in de btw Levert u producten zoals zonnebrandcrème met UVfilter, (fluoride) tandpasta of andere producten die gepresenteerd worden als therapeutisch middel, of ter preventie van ziekten bij de mens of die geschikt zijn voor menselijke toediening in het kader van diagnostiek of om fysiologische functies bij de mens te herstellen, te verbeteren of te wijzigen? Dan is het goed om te weten dat is voorgesteld om het verlaagde btw-tarief voor ‘medicijnen’ in beginsel alleen nog van toepassing te laten zijn op die medicijnen waarvoor een (parallel)handelsvergunning is verleend en producten die daarvan expliciet zijn vrijgesteld. Dit voorstel is een reactie op een arrest van de Hoge Raad van 11 november 2016. Daarin oordeelde ons hoogste rechtscollege dat producten die als geneesmiddel worden gepresenteerd (zoals specifieke tandpasta’s en zonnebrandmiddelen) ook profiteren van het verlaagde btw-tarief van 6%. Het wetsvoorstel beoogt de als gevolg van het arrest veroorzaakte budgettaire derving van de Staat te beperken en complexe afbakenings- en uitvoeringsproblematiek te voorkomen. De staatssecretaris van Financiën heeft daarnaast, effectief al per 29 augustus 2017, het beleid op dit punt gewijzigd. Door de wijzigingen lijkt het Ministerie van Financiën met directe ingang een voorschot te willen nemen op het inmiddels gepubliceerde voorstel voor de voorgestelde wetswijziging. Het nieuw gepubliceerde beleid roept vele vragen op, onder andere door het introduceren van een eigen begrippenkader, waarmee kennelijk wordt geprobeerd een groot deel van het effect van het arrest van de Hoge Raad weg te nemen. Wij zetten overigens onze vraagtekens bij deze handelswijze, en betwijfelen of dit in rechte stand zal houden. < terug naar de inhoudsopgave 28 Ook dit jaar relevant BTW-ondernemer Btw-belaste en btw-vrijgestelde prestaties Heeft u in het afgelopen jaar zowel btw-belaste als btw-vrijgestelde prestaties verricht? Ga dan bij het voorbereiden van de laatste btw-aangifte over het jaar 2017 na of u de btw op algemene kosten op de juiste wijze heeft afgetrokken. Dit in verband met het nakomen van uw verplichtingen als btw-ondernemer en het zekerstellen van uw rechten. De btw op algemene kosten brengt u gedurende het jaar in principe in aftrek in de verhouding van uw btw-belaste omzet over het afgelopen jaar, uitgedrukt in een percentage van uw gehele omzet van dat jaar. In de laatste aangifte van 2017 berekent u dit percentage opnieuw, op basis van de daadwerkelijke omzetgegevens van 2017. Het percentage rondt u naar boven af. Een eventuele correctie verwerkt u in onderdeel 5b van de btw-aangifte. Soms geeft deze berekeningswijze (op basis van omzet) een vertekend beeld van de mate waarin u de algemene kosten in werkelijkheid heeft gebruikt voor uw btwbelaste prestaties. In zo’n geval kan mogelijk een andere berekeningswijze worden toegepast. Bijvoorbeeld op basis van daadwerkelijk bestede tijd, of als het gaat om de verhuur van vastgoed een berekening op basis van m2 . Het percentage dat u op een dergelijke wijze berekent rondt u op twee decimalen af. Een eventuele correctie verwerkt u in onderdeel 5b van de btw-aangifte. Relatiegeschenken of personeelsverstrekkingen Heeft u gedurende het jaar btw op kosten voor relatiegeschenken of personeelsverstrekkingen afgetrokken? Dan moet u bij het voorbereiden van de laatste btwaangifte over het jaar 2017 nagaan of u (i) een of meer van uw personeelsleden (bijvoorbeeld in natura) voor meer dan € 227 excl. btw per persoon heeft bevoordeeld, en (ii) of u een of meer van uw relaties voor meer dan € 227 heeft bevoordeeld, waarbij deze relaties de btw niet of slechts beperkt (minder dan 30%) hadden kunnen aftrekken (als deze de kosten zelf had gemaakt). Als het antwoord op een van deze beide vragen bevestigend luidt, dan moet u in de laatste btw-aangifte over het jaar de afgetrokken btw corrigeren en alsnog voldoen (u maakt een zogenoemde ‘BUA-correctie’). Dat kan in onderdeel 5b van de btw-aangifte. Voor de btw-aftrek op kosten voor het verstrekken van eten en drinken voor uw personeel gelden aparte regels. Let wel, niet alle personeelsvoorzieningen vallen onder de BUA-regeling. Voor de ‘auto van de zaak’ geldt bijvoorbeeld een aparte regeling en ook de ‘fiets van de zaak’ valt hier buiten. < terug naar de inhoudsopgave Family Owned Business & Private Wealth 29 BTW-ondernemer Btw-herzieningstermijn op (onroerende) zaken Heeft u (onroerende) zaken waar nog een btwherzieningstermijn op van toepassing is? Dan moet u gedurende de herzieningstermijn nagaan of het gebruik van het betreffende object (bijvoorbeeld een machine, laptop of gebouw) is gewijzigd ten opzichte van het jaar waarin u het in gebruik nam. De aftrek van de investerings-btw wordt in deze gevallen namelijk een aantal jaren ‘gevolgd’. Een btw-herzieningstermijn vangt aan als op de aanschaf van een investeringsgoed of een onroerende zaak btw aan u in rekening is gebracht. Voor roerende investeringsgoederen moet deze beoordeling worden gemaakt in elk van de 4 jaren volgend op het jaar van ingebruikneming. Voor onroerende zaken geldt dat deze beoordeling wordt gemaakt in elk van de 9 jaren volgend op het jaar van ingebruikneming. Dit betekent voor nu dat u uiterlijk aan het eind van dit jaar na moet gaan of het gebruik is gewijzigd. Komt u tot de conclusie dat het gebruik van het object gedurende 2017 meer dan 10% afweek van het jaar van ingebruikname? Dan moet u een correctie in de laatste btw-aangifte van 2017 maken waardoor u aanvullend btw terugvraagt (als u het object meer voor btw-belaste prestaties bent gaan gebruiken) of u alsnog btw terugbetaalt (als u het object meer voor andere dan btw-belaste prestaties bent gaan gebruiken). Een eventuele correctie verwerkt u in onderdeel 5b van de btw-aangifte. Koopt u als ondernemer diensten in waarop u voor de inkomsten- of vennootschapsbelasting afschrijft, of zou kunnen afschrijven (denkt u hierbij aan verbouwingen, intellectuele eigendomsrechten en IT-diensten, zoals de aanschaf van software)? Let dan goed op. Het Ministerie van Financiën heeft onlangs een concept wetsvoorstel gepubliceerd om de btw-herziening uit te breiden. Op dit moment geldt alleen een herzieningsregeling voor investeringsgoederen maar straks mogelijk ook voor ‘kostbare diensten’. Op basis van het concept wetsvoorstel zal een herzieningsperiode gaan gelden voor diensten waarop de ondernemer voor de inkomsten- of vennootschapsbelasting afschrijft, of zou kunnen afschrijven. Het Ministerie van Financiën heeft betrokkenen gelegenheid geboden om te reageren op de voorgenomen wijziging. Oorspronkelijk zou deze regeling per 1 januari 2018 van kracht gaan, het is nog de vraag of dat ook daadwerkelijk zal gebeuren. < terug naar de inhoudsopgave 30 Werkgever en werknemer Naast de gebruikelijke aandachtspunten die spelen voor werkgevers, blijft de afschaffing van de Verklaring Arbeidsrelatie voor zelfstandigen de gemoederen bezighouden. In 2017 is onder andere ook de Arbo-wetgeving gewijzigd, waardoor de werknemer bijvoorbeeld meer mogelijkheden krijgt om een bedrijfsarts te raadplegen. Per 1 januari 2018 worden bovendien zogenoemde loonkostenvoordelen (LKV’s) ingevoerd ter vervanging van de huidige premiekortingen voor het in dienst nemen van personen met een kwetsbare positie op de arbeidsmarkt. Hierna worden kort de verschillende aandachtspunten aangestipt die mogelijk voor u als werkgever van belang zijn. < terug naar de inhoudsopgave Family Owned Business & Private Wealth 31 Nieuw Werkgever en werknemer Afschaffing Verklaring Arbeidsrelatie (VAR) Heeft u als werkgever inzicht in de voorwaarden waaronder u zelfstandige arbeidskrachten inhuurt? Met ingang van 1 mei 2016 is, als gevolg van invoering van de Wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties (DBA), de verklaring arbeidsrelatie (VAR) afgeschaft. Sindsdien wordt u als opdrachtgever niet meer gevrijwaard voor de naheffing van loonbelasting en premie volksverzekeringen indien de arbeidsrelatie met de zelfstandige die u inhuurt, kwalificeert als een (fictieve) dienstbetrekking. Ook bent u in dat geval als opdrachtgever premies werknemersverzekeringen en de inkomensafhankelijke bijdrage voor de zorgverzekering verschuldigd. Gezien de maatschappelijke onrust die is ontstaan na de invoering van de Wet DBA, is de handhaving daarvan inmiddels (verder) uitgesteld tot 1 juli 2018, voor situaties waarin geen sprake is van kwaadwillendheid. De overheid benut deze periode om te bepalen of er aanpassingen nodig zijn. Heeft u als werkgever een inventarisatie gemaakt van al uw ingehuurde zelfstandige arbeidskrachten en de contractuele vormgeving daarvan? Alleen dan kunt u de vraag beantwoorden of u moet worden gezien als opdrachtgever of als werkgever met als gevolg de verplichting tot inhouding van loonheffingen en premieafdracht. Tot 1 juli 2018 geldt een implementatiefase waarin de Belastingdienst de nieuwe wet niet effectief handhaaft, maar wel nauwlettend toezicht houdt of u en uw opdrachtnemers aanstalten maken de nieuwe regels toe te passen. Het is dan ook raadzaam om de implementatiefase te blijven gebruiken om uw ingehuurde arbeidskrachten in kaart te brengen en de contractuele vormgeving, alsmede de bedrijfsvoering zo veel mogelijk op de Wet DBA aan te passen. Minimumloon Heeft u als werkgever werknemers in dienst met een wettelijk minimumloon? Dan mag u als werkgever met ingang van 1 januari 2017 geen verrekeningen meer doen met het wettelijk minimumloon. U mag dus geen kosten, bijvoorbeeld voor maaltijden, aftrekken van het minimumloon van uw werknemer. Op het minimumloon mogen alleen volgens de wet verplichte of toegestane bedragen worden ingehouden, zoals belastingen en loonheffingen. Er zijn twee uitzonderingen hierop. De eerste uitzondering betreft huisvestingskosten, de tweede uitzondering betreft kosten voor de ziektekostenverzekering. Onder bepaalde voorwaarden mogen deze wel ingehouden worden op het wettelijk minimumloon. Werkgever en werknemer < terug naar de inhoudsopgave 32 Werkgever en werknemer Arbo-wetgeving Vraagt u zich als werkgever af wat de belangrijkste wijzigingen van de nieuwe Arbowet zijn? Per 1 juli 2017 is de Arbowet gewijzigd. De drie belangrijkste wijzigingen - die voor u als werkgever van belang zijn - zijn dat: (i) werknemers het recht krijgen om een bedrijfsarts te spreken; (ii) als een werknemer twijfelt over het oordeel van de arts, hij een second opinion mag aanvragen bij een tweede, onafhankelijke, bedrijfsarts; en (iii) arbodiensten en bedrijfsartsen vanaf 2017 ook moeten zorgen voor een onafhankelijke klachtenregeling, zodat u en uw werknemers zonder gevolgen een klacht kunnen indienen als dit nodig is. Invoering loonkostenvoordeel per 2018 Heeft u als werkgever ook kwetsbare werknemers in dienst? De huidige premiekortingen, die u als werkgever een financiële prikkel bieden om bepaalde mensen met een kwetsbare positie op de arbeidsmarkt in dienst te nemen, worden gewijzigd met ingang van 1 januari 2018. Voor arbeidsgehandicapte - en oudere werknemers kunt u als werkgever vanaf die datum in aanmerking komen voor een loonkostenvoordeel (LKV). Het bedrag per werknemer kan oplopen tot € 6.000 per jaar. U moet daarvoor wel zelf in de aangifte loonheffingen aangeven dat u hiervoor in aanmerking wil komen. Het bedrag waarop u recht heeft, wordt aan u uitbetaald en kunt u niet dus direct verrekenen, zoals met de premiekortingen wel het geval was. Er geldt overgangsrecht, maar hiervoor moet u wel tijdig actie ondernemen. Overigens zijn al met ingang van 1 januari 2017 lage-inkomensvoordelen (LIV) ingevoerd die werkgevers een tegemoetkoming in de loonkosten van werknemers met een laag loon bieden. Vanaf 1 januari 2018 komt daar ook een zogenoemd ‘jeugd-liv’ bij. Deze regelingen voorzien alle in een financiële tegemoetkoming in de loonkosten van werkgevers. Het is dan ook de moeite waard om na te gaan of u hiervoor in aanmerking kunt komen. < terug naar de inhoudsopgave Family Owned Business & Private Wealth 33 Ook dit jaar relevant Werkgever en werknemer Tijdelijke arbeidsovereenkomsten Heeft u werknemers in dienst met tijdelijke arbeidsovereenkomsten? Zo ja, heeft u dan inzicht wanneer deze arbeidsovereenkomsten aflopen? Let er dan op dat tijdelijke arbeidsovereenkomsten vaak aan het einde van een kalenderjaar aflopen. Dit betekent dat u uiterlijk 1 maand van tevoren per aangetekende brief de werknemer moet informeren of u de arbeidsovereenkomst al dan niet wilt verlengen en zo ja, onder welke voorwaarden. Indien u dit niet (tijdig) doet, maakt de werknemer aanspraak op doorbetaling van het loon gedurende maximaal 1 maand. Klokkenluidersregeling Heeft u als werkgever meer dan 50 werknemers in dienst? Dan bent u sinds 1 juli 2016 verplicht om een interne regeling voor het melden van misstanden op te stellen. Dit wordt ook wel een ‘klokkenluidersregeling’ genoemd. Door het hebben van een eigen regeling houdt u zelf in de hand waar werknemers interne misstanden kunnen melden en hoe de procedure wordt ingericht om dit af te handelen. De wet voorziet in de instelling van een Huis voor Klokkenluiders, waar een werknemer terecht kan voor advies en/of een onderzoek. Uitgangspunt is dat de werknemer eerst intern een melding doet. Wordt de interne melding niet adequaat behandeld, dan kan de werknemer zich wenden tot het Huis voor Klokkenluiders. < terug naar de inhoudsopgave 34 Werkgever en werknemer Eigenrisicodragen ZW/WGA Vraagt u zich als werkgever af of het voor u zinvol is om eigenrisicodrager te zijn of te worden? Het is goed om te weten dat u als werkgever ervoor kunt kiezen om eigenrisicodrager ZW (Ziektewet) en/of WGA (Werkhervattingsregeling Gedeeltelijke Arbeidsgeschikten) te worden. Hier staat een vrijstelling van de Gedifferentieerde premie Werkhervattingskas (Whk) tegenover. Afhankelijk van de grootte van de loonsom kan de Whk-premie geheel of gedeeltelijk worden bepaald door het schadeverleden van u als werkgever. Overigens is per 2017 de regelgeving omtrent het eigenrisicodragen WGA ingrijpend veranderd. Belangrijk motief voor eigenrisicodragen is dat de werkgever zelf de regie wil hebben bij verzuimbegeleiding en re-integratie van werknemers, omdat dit aansluit bij de manier waarop verzuim wordt voorkomen en zieke en arbeidsongeschikte werknemers worden begeleid. Vraagt u zich als werkgever af of hoe u een weloverwogen keuze kunt maken om eigenrisicodrager te zijn of te worden? Om een weloverwogen keuze te kunnen maken zal een financiële analyse moeten plaatsvinden van alle relevante aspecten van eigenrisicodragen ZW/WGA. Het gaat om een analyse die in ieder geval (veel) verder gaat dan uitsluitend een vergelijking van de premie van het UWV met die van een particuliere verzekeraar. Als eigenrisicodragen voor u als werkgever een interessante optie is, zal een verzekeringsadvies nodig zijn waar weer geheel andere aspecten aan de orde komen. Daarbij gaat het niet alleen om de beste verzekeringsdekking maar ook om de aanvullende dienstverlening en de verplichtingen die aan de verzekering verbonden zijn. Het gaat dan met name om reïntegratieverplichtingen en controlemogelijkheden voor de werkgever. Tot 1 oktober 2017 had u als werkgever de tijd om zich aan te melden voor het eigenrisicodragen per 1 januari 2018. Daarna is het eerste uitstap moment 1 juli 2018. Werkkostenregeling Heeft u als werkgever inzicht in uw vrije ruimte? En zo ja, heeft u erover nagedacht of u deze in 2017 en 2018 wilt benutten? U kunt als werkgever op grond van de werkkostenregeling 1,2% van de fiscale loonsom onbelast aanwenden voor vergoedingen dan wel verstrekkingen aan het eigen personeel. Indien de vrije ruimte wordt overschreden is een eindheffing (werkgeversheffing) verschuldigd van 80% over de overschrijding. Indien u binnen de vrije ruimte blijft, zou deze ongebruikte ruimte, als u er tijdig bij bent, kunnen worden aangewend om iets extra’s te doen voor uw eigen personeel, zoals een personeelsfeest of (kerst)cadeau. Hiervoor is wel van belang dat u de posten die u onder de vrije ruimte wilt brengen ook expliciet aanwijst. Let u er overigens op dat er ook andere eindheffingen (werkgeversheffingen) bestaan zoals de pseudoeindheffing (van 52%) voor regelingen die tot doel hebben om oudere werknemers eerder te laten stoppen met werken en de pseudo-eindheffing voor excessieve vertrekvergoedingen (75%). Deze heffingen komen naast de belasting die de werknemer hierover verschuldigd is. < terug naar de inhoudsopgave Family Owned Business & Private Wealth 35 Werkgever en werknemer Gedifferentieerde premie werkhervattingskas (Whk) Heeft u als werkgever tijdig de premiebeschikking en sectorindeling gecontroleerd (of laten controleren) op de juistheid ervan? Naast de vaststelling van de gedifferentieerde premiepercentages bent u als werkgever ook ingedeeld in een sector op basis van de activiteiten van de onderneming. Deze sectorindeling is mede bepalend voor de gedifferentieerde premies en de hoogte van de sectorpremie. Het is dan ook van belang om tijdig de premiebeschikking en sectorindeling te (laten) controleren op de juistheid ervan en desnoods bezwaar te maken tegen de gronden waarop de beschikking dan wel sectorindeling is gebaseerd. Heeft u als werkgever inzicht in de verschillende voor u vastgestelde premiecomponenten ten behoeve van de werkhervattingskas? De praktijk leert dat veel fouten worden gemaakt bij de vaststelling van de gedifferentieerde premiepercentages. Een te hoge premie kan leiden tot een substantiële kostenpost omdat deze wordt berekend over de gehele premieloonsom van de werkgever. De gedifferentieerde premie Whk bestaat uit twee premiecomponenten: een gedifferentieerde premie WGA, en een gedifferentieerde premie ZW. Ieder van de premiecomponenten wordt bepaald aan de hand van diverse variabelen. Wij adviseren u om de aan uw bedrijf toegerekende uitkeringen Ziektewet en WGA te controleren op juistheid. Er worden namelijk veel fouten gemaakt die kunnen leiden tot een te hoge premielast Werkhervattingskas. 30%-regeling Heeft u werknemers in dienst die afkomstig zijn uit het buitenland? Dan kunnen deze werknemers onder voorwaarden gebruik maken van de 30%-regeling. Dit betekent dat u deze werknemers 30% van het loon als een onbelaste kostenvergoeding kunt betalen. Heeft u als werkgever de 30%-vergoeding van uw werknemers op de juiste wijze berekend? Door tijdig te controleren of uw werknemers aan het eind van het jaar voldoen aan de zogenoemde minimumloon eis, kunt u een loonbelastingcorrectie voorkomen. Om in aanmerking te komen voor de 30%-regeling moet de werknemer een minimum loon genieten van € 37.000 (cijfer 2017) Dit is het bedrag na toepassing van de 30%-regeling. Voor werknemers die jonger dan 30 zijn, geldt een lager bedrag. < terug naar de inhoudsopgave 36 Werkgever en werknemer Verklaring toepasselijke sociale zekerheid (‘A1-verklaring’) Heeft u werknemers in dienst die (deels) in Nederland werken, maar niet in Nederland wonen? Dan komt de vraag op in welk land deze grensoverschrijdende werknemers sociaal verzekerd zijn. En dit roept de vraag op of u als werkgever de werknemers- en werkgeverslasten moet afdragen. In de praktijk kan bij de sociale zekerheidsinstantie van het woonland een beschikking worden aangevraagd die aangeeft welk wettelijk stelsel van sociale zekerheid van toepassing is (A1-verklaring). De A1-verklaring functioneert daarmee in beginsel als bewijs voor een vrijstelling van sociale zekerheid voor andere landen. Dergelijke verklaringen worden meestal afgegeven voor een kalenderjaar en moeten dan ook tijdig opnieuw worden aangevraagd. Bij uitzendingen naar Frankrijk is deze A1-verklaring sinds 1 april 2017 zelfs verplicht op straffe van een boete. Werk- en verblijfsvergunningen Heeft u werknemers met een niet EU/EER nationaliteit in dienst? Signaleer dan tijdig of en wanneer een tewerkstellingsvergunning of een gecombineerde vergunning voor verblijf en arbeid afloopt, zodat, indien gewenst een verlenging kan worden aangevraagd door u als werkgever. Iedere werknemer met een niet Nederlandse nationaliteit heeft een vergunning nodig om in Nederland te kunnen wonen en werken, tenzij de werknemer een nationaliteit heeft van een ander EU-land, een EER-land (Liechtenstein, Noorwegen en IJsland) of Zwitserland. Ook voor Kroaten geldt nog de tewerkstellingsvergunningeneis. Dergelijke vergunningen worden veelal afgegeven voor een bepaalde periode die meestal eindigt aan het eind van een kalenderjaar. < terug naar de inhoudsopgave Family Owned Business & Private Wealth 37 Werkgever en werknemer Bijtelling auto van de zaak Stelt u als werkgever een lease auto ter beschikking aan uw werknemer? Let dan op. Als uw werknemer een lease auto mede voor privédoeleinden gebruikt (meer dan 500 km op jaarbasis), dan moet u in de salarisadministratie rekening houden met een bijtelling vanwege privégebruik, wat tot extra loonheffingen leidt. Sinds 1 januari 2017 gelden de volgende bijtellingspercentages voor nieuwe contracten: 2017 Nulemissie 4% Overig (> 0 g/km) 22% Voor auto’s met een eerste tenaamstelling van vóór 1 januari 2017, geldt overgangswetgeving. In 2018 zullen dezelfde percentages worden gehanteerd. Vanaf 1 januari 2019 zal een aangescherpte regeling gaan gelden voor elektrische auto’s. Overigens is onlangs voorgesteld om met ingang van 1 januari 2018 de catalogusprijs van personen- en bestelauto’s openbaar te maken. Bestelauto’s Heeft u personeel in dienst dat gebruik maakt van bestelauto’s? Let er dan op, dat u als werkgever gebruik kunt maken van een speciale bijtellingsregeling, die inhoudt dat u slechts € 300 per bestelauto per jaar aan eindheffing hoeft af te dragen. Indien u niet voldoet aan de daarvoor gestelde voorwaarden gelden de reguliere bijtellingsregels. Zorg dat u goed bent geïnformeerd over de bestaande regelingen zodat u eventuele naheffingen kunt voorkomen. Kantoorauto’s Heeft u als werkgever een kantoorauto die kan worden gebruikt door al uw werknemers? Controleer dan of u als werkgever aan alle eisen voldoet om een bijtelling achterwege te kunnen laten. Denk hierbij aan een sluitende kilometeradministratie en gebruikersprocedure. In de praktijk zien wij vaak discussies met de Belastingdienst over de fiscale behandeling van dergelijke kantoorauto’s die leiden tot substantiële naheffingen. Een juiste administratie en goede procedure kunnen dergelijke discussies voorkomen. Recentelijk is relatief veel jurisprudentie verschenen met betrekking tot kantoorauto’s. De rechtelijke macht legt de regels omtrent de bijtelling vrij strikt uit. Zelfs de omstandigheid dat in de arbeidsovereenkomst een verbod is opgenomen met betrekking tot privégebruik, leidt bijvoorbeeld niet tot het achterwege blijven van bijtelling. Het is essentieel om de bovengenoemde sluitende kilometeradministratie bij te houden of een strikt gebruikerssysteem te hanteren, waarbij geen ruimte voor privégebruik bestaat, wil de bijtelling achterwege kunnen blijven. < terug naar de inhoudsopgave 38 Heffing en invordering Op het gebied van heffing en invordering hebben wij de belangrijkste ontwikkelingen voor u op een rij gezet. In de eerste plaats wordt de zogeheten inkeerregeling afgeschaft per 2018. Ten tweede is op Europees niveau een verplichte melding van agressieve grensoverschrijdende belastingstructuren voorgesteld. Verder staat het verschoningsrecht van de advocaat en notaris in fiscale zaken onder druk. Ook stelt de regering een viertal invorderingsmaatregelen voor om bepaalde verhaalsconstructies te bestrijden. Bent u betrokken bij een belastingprocedure? Dan blijven de ontwikkelingen op het gebied van de informatiebeschikking en de in 2016 ingevoerde prejudiciële procedure tussen lagere rechter en Hoge Raad mogelijk voor u relevant. < terug naar de inhoudsopgave Family Owned Business & Private Wealth 39 Heffing en invordering Nieuw Heffing en invordering Afschaffing inkeerregeling Heeft u buitenlands vermogen dat u niet heeft opgenomen in uw aangifte inkomstenbelasting? Maak dan zo snel mogelijk gebruik van de inkeerregeling. De inkeerregeling wordt namelijk per 1 januari 2018 afgeschaft. De regering is van mening dat de inkeerregeling door de maatschappelijke opvattingen en de toegenomen pakkans is achterhaald. Op dit moment krijgt de belastingplichtige die binnen twee jaar na het indienen van een onjuiste of onvolledige aangifte alsnog een juiste aangifte indient geen vergrijpboete. Vanaf 1 januari 2018 wordt bij inkeer binnen twee jaar het reguliere boeteregime van toepassing. Dit betekent dat de inspecteur voor verzwegen inkomen uit box 3-vermogen een boete van maximaal 300% kan opleggen. Voor inkeerders die na twee jaar na het doen van een onjuiste of onvolledige aangifte alsnog een juiste aangifte doen of informatie verschaffen, is de vergrijpboete in box 3 op grond van beleid op dit moment 120% van de verschuldigde belasting. Door de afschaffing van de inkeerregeling kan de boete voor box 3-vermogen maximaal 300% bedragen. Hoewel het concrete beleid dat vanaf 1 januari 2018 zal worden gevoerd nog onbekend is, zal het alsnog doen van een juiste of volledige aangifte ook dan leiden tot strafvermindering bij het opleggen van een boete. Vraagt u zich af of u nog kunt inkeren? Inkeren is slechts mogelijk wanneer u nog niet weet of redelijkerwijs kunt vermoeden dat de inspecteur de informatie heeft of zal ontvangen. Op het moment dat de Belastingdienst informatie ontvangt over uw niet aangegeven buitenlandse vermogen, is inkeren niet meer mogelijk. Op grond van overgangsrecht blijft inkeren op basis van het huidige inkeerregime mogelijk voor aangiften die vóór 1 januari 2018 zijn gedaan of hadden moeten zijn gedaan. Het huidige inkeerregime blijft eveneens gelden voor inlichtingen, gegevens, of aanwijzingen die vóór 1 januari 2018 zijn verstrekt of hadden moeten zijn verstrekt. Ten overvloede merken wij op dat het vervallen van de inkeerregeling strafrechtelijke vervolging onder voorwaarden weer mogelijk maakt. Hierbij spelen onder andere de volgende factoren een rol: het nadeelbedrag, recidive, en het aantal jaren dat geen belasting is betaald. Verplichte melding grensoverschrijdende belastingstructuren Vraagt u zich af wat het voorstel van de Europese Commissie (EU) tot het verplicht melden van grensoverschrijdende belastingstructuren voor u betekent? Naar verwachting zal vanaf begin 2019 iedere tussenpersoon die een bepaalde grensoverschrijdende belastingstructuur ontwerpt of promoot, deze verplicht moeten melden bij zijn of haar nationale belastingdienst. Het gaat hier om agressieve belastingstructuren, maar wat hieronder moet worden verstaan, is niet in het voorstel gedefinieerd. Een tussenpersoon is bijvoorbeeld een belastingadviseur, advocaat, accountant, consultant of bankier. Een melding betekent niet automatisch dat sprake is van een illegale of schadelijke structuur. De belastingdiensten van iedere EU-lidstaat lichten elkaar op grond van het wetsvoorstel in. Dat doen zij door de melding in een centrale EU-database te plaatsen. De belastingdienst van een andere lidstaat heeft toegang tot die database en kan zo nodig een onderzoek instellen. Vraagt u zich af wanneer de melding moet worden gedaan? Volgens het voorstel moet de melding binnen vijf dagen worden gedaan nadat de structuur beschikbaar komt voor de belastingplichtige. Op deze korte termijn is kritiek geuit. Het is nog onzeker of deze termijn gehandhaafd blijft. < terug naar de inhoudsopgave 40 Heffing en invordering Ontwikkelingen verschoningsrecht Bent u op zoek naar een fiscaal advocaat ter advisering van uw fiscale positie? Of heeft u behoefte aan hulp van een notaris bij de uitvoering van uw fiscale structuur? Dan is het goed om te weten dat door de regering is voorgesteld om het in de wet vastgelegde fiscale verschoningsrecht voor advocaten en notarissen te beperken. Advocaten en notarissen mogen op grond van dit wettelijke verschoningsrecht weigeren te voldoen aan de informatieverplichtingen voor de belastingheffing van derden (zoals cliënten). Na wetswijziging zou het verschoningsrecht van de advocaat en notaris in fiscale zaken - kortgezegd - nog zien op: (i) de bepaling van een rechtspositie, (ii) vertegenwoordiging en verdediging in rechte, (iii) advisering voor, tijdens en na een rechtsgeding, en (iv) advisering over het instellen of vermijden van een rechtsgeding. Op dit moment is nog onbekend wanneer deze maatregel in werking zal treden. Vraagt u zich af wat er verandert aan het zogenoemde informele verschoningsrecht van de belastingadviseur? Hieraan verandert niets. Dit informele verschoningsrecht is ontwikkeld in de jurisprudentie van de Hoge Raad. Als een belastingadviseur u adviseert over uw belastingpositie, vallen de adviserende delen uit dit advies - dus niet de feiten - onder het verschoningsrecht. In het kader van een boekenonderzoek door de Belastingdienst mogen deze adviserende stukken worden verwijderd uit de administratie. Invorderingsmaatregelen Heeft u een schenking of uitkering ontvangen van iemand die zijn belastingschulden (mogelijk) niet heeft betaald? Let dan goed op. Onder omstandigheden kan de Belastingdienst in de nabije toekomst deze belastingschulden op u als verkrijger verhalen. De regering heeft namelijk vier invorderingsmaatregelen voorgesteld die bepaalde verhaalsconstructies bij de invordering van belasting moeten voorkomen of bestrijden. Het gaat om (i) de bekendmaking van een belastingaanslag aan een vermoedelijk niet langer bestaande rechtspersoon, (ii) de uitbreiding van aansprakelijkheid van begunstigden van een schenking, (iii) de uitbreiding van verhaalsmogelijkheden op erfgenamen, en (iv) de uitbreiding van informatieverplichtingen van vermoedelijk aansprakelijk gestelde personen. Het is nog onbekend wanneer deze maatregelen in werking zullen treden. < terug naar de inhoudsopgave Family Owned Business & Private Wealth 41 Ook dit jaar relevant Heffing en invordering Prejudiciële procedure in belastingzaken Heeft u een geschil met de Belastingdienst over de uitleg van het recht? Laat u dan goed informeren of een prejudiciële procedure in belastingzaken voor u zinvol is. Een dergelijke procedure kan ervoor zorgen dat uw procedure eerder tot een eind komt. De lagere rechter (rechtbank of gerechtshof) kan lopende de procedure een vraag over de uitleg van het recht op uw verzoek of uit eigen beweging direct voorleggen aan het hoogste rechtscollege, de Hoge Raad. Dit voorkomt ook proceskosten. Wij zien dat rechtbanken regelmatig van deze mogelijkheid gebruikmaken. Informatiebeschikking Heeft u een informatiebeschikking ontvangen en vraagt u zich af wat dit voor u betekent? Een informatiebeschikking is een brief waarin de inspecteur aangeeft dat u naar zijn mening niet of niet volledig heeft voldaan aan inlichtingen- of administratieverplichtingen die in de belastingwet staan. In deze brief legt de inspecteur uit om welke verplichtingen het gaat en stelt hij u in de gelegenheid om binnen een bepaalde termijn alsnog te voldoen aan de verplichtingen. Als een informatiebeschikking onherroepelijk vaststaat en u niet (alsnog) aan de verplichtingen hebt voldaan, komt de (verzwaarde) bewijslast op u te rusten. Dat betekent dat u in een eventuele procedure over een belastingaanslag moet bewijzen dat en in hoeverre het standpunt van de inspecteur onjuist is. Eventueel kunt u in zowel de procedure tegen de informatiebeschikking als in de procedure over een belastingaanslag de vraag aan de orde stellen of omkering en verzwaring van de bewijslast proportioneel is. Een informatiebeschikking kan al met al ingrijpende gevolgen hebben. Bent u van mening dat de informatiebeschikking onterecht is opgelegd? Dan kunt u tegen de informatiebeschikking in bezwaar en in beroep gaan. De rechter bepaalt uiteindelijk of de informatiebeschikking terecht is afgegeven. Zo ja, dan geeft de rechter u een termijn om alsnog te voldoen aan de inlichtingen- of administratieverplichtingen. In een aantal gevallen zal het alsnog voldoen aan de administratieverplichting (bijvoorbeeld een gebrekkige administratie) echter niet meer mogelijk zijn en krijgt u geen gelegenheid meer tot herstel. Bent u in bezwaar gegaan tegen de door u ontvangen informatiebeschikking en staat deze nog niet onherroepelijk vast? Dan vervalt deze informatiebeschikking in het geval de inspecteur uitspraak op bezwaar doet in de inhoudelijke procedure. Let wel, de informatiebeschikking vervalt volgens de Hoge Raad alleen voor het jaar waarop de uitspraak op bezwaar ziet en voor de desbetreffende belasting ter zake waarvan de uitspraak op bezwaar is gedaan. < terug naar de inhoudsopgave 42 Directeur-grootaandeelhouder Als DGA heeft u wellicht beleggingen in uw BV (box 2) en in privé (box 3), waarbij de vraag opkomt wat fiscaal voordeliger is. Vanaf 1 januari 2017 is de vermogensrendementsheffing in box 3 aangepast. Tot 2017 betaalde u in box 3 jaarlijks 1,2% over de waarde van uw box 3-vermogen. Vanaf 2017 geldt in box 3 effectief een progressief belastingtarief dat jaarlijks opnieuw zal worden vastgesteld. Voor het jaar 2018 is uw box 3-vermogen tot € 100.000 (minus het heffingvrije vermogen van € 25.000 per belastingplichtige) belast tegen 0,80%; uw box 3-vermogen van € 100.000 tot € 1.000.000 is belast tegen 1,36%; uw box 3-vermogen boven € 1.000.000 is belast tegen 1,61%. Dit betekent dat bij een box 3-vermogen van boven de € 1.000.000 het aantrekkelijker kan zijn om het vermogen in de BV of in een vrijgestelde beleggingsinstelling (VBI) onder te brengen. < terug naar de inhoudsopgave Family Owned Business & Private Wealth 43 Directeur-grootaandeelhouder Nieuw Directeur-grootaandeelhouder Buitenlandse holdingmaatschappij Houdt u via een buiten Nederland gevestigde holdingmaatschappij aandelen in een Nederlandse vennootschap? Let dan op. Op grond van voorgestelde wetgeving is uw buitenlandse holding naar verwachting met ingang van 1 januari 2018 onder omstandigheden onderworpen aan Nederlandse belastingheffing over (i) dividenden uit Nederland, (ii) verkoopwinsten met betrekking tot Nederlandse aandelen en (iii) opbrengsten uit vorderingen op de Nederlandse vennootschap. Indien de buitenlandse holdingmaatschappij geen materiële onderneming drijft, maar bijvoorbeeld enkel aandelen, beleggingen en een pensioenverplichting houdt, dan kan deze buitenlandse holdingmaatschappij op grond van de Nederlandse wetgeving belastingplichtig zijn over voornoemde inkomensbestanddelen. In veel situaties zal Nederland vooralsnog worden beperkt in haar heffingsrecht op basis van een door Nederland met het andere land gesloten belastingverdrag. Deze zogenoemde ‘verdragsbescherming’ kan gelet op de huidige internationale ontwikkelingen op termijn echter komen te vervallen (zie in dit kader de tip ‘Multilateraal instrument (MLI)’ op blz. 23). Indien het voorgaande op uw structuur van toepassing zou kunnen zijn, neem dan op korte termijn contact op met uw adviseur. Conserverende aanslag voor pensioen en lijfrenten Gaat u als DGA emigreren of bent u al geëmigreerd en heeft u pensioen- en of lijfrenterechten opgebouwd? Dan zal moeten worden beoordeeld welk bedrag ter zake van uw pensioen of lijfrente wel of niet bij conserverende aanslag mag worden betrokken in de Nederlandse heffing. Dit is mede afhankelijk van het land waar u naartoe bent geëmigreerd of zal emigreren en de periode waarin u uw pensioen- en/of lijfrenterechten heeft opgebouwd. Dit vloeit voort uit een recent arrest van de Hoge Raad waarin is beslist dat de Nederlandse wetsystematiek betreffende de conserverende aanslag voor pensioenen en lijfrenten in strijd kan zijn met de goede verdragstrouw tussen Nederland en Frankrijk. Heeft u als DGA (een deel van) uw pensioen in eigen beheer vóór 16 juli 2009 opgebouwd en bent u inmiddels uit Nederland geëmigreerd? Dan kan het betreffende arrest van de Hoge Raad van bijzonder belang voor u zijn indien u naar een land bent geëmigreerd waarmee Nederland een belastingverdrag heeft gesloten (zoals Frankrijk of Spanje) dat ter zake van het pensioen het volledige heffingsrecht toekent aan de woonstaat. In dat geval kan het zijn dat uw opgebouwde pensioenrechten (gedeeltelijk) niet in de Nederlandse heffing mogen worden betrokken. < terug naar de inhoudsopgave 44 Directeur-grootaandeelhouder (R)emigratie naar Nederland Woont u in het buitenland en heeft u tenminste 5% van het geplaatste kapitaal (aanmerkelijk belang) in een in Nederland gevestigde vennootschap, en overweegt u te verhuizen naar Nederland? Dan moet u ermee rekening houden dat op grond van een recent gewezen arrest van de Hoge Raad u in beginsel ook Nederlandse inkomstenbelasting (box 2) wordt verschuldigd over de in het buitenland aangegroeide meerwaarde van de aandelen. Dit betekent dat de fiscale verkrijgingsprijs van de aandelen niet wordt gesteld op de waarde in het economische verkeer ten tijde van de (r)emigratie (geen step up). Deze inkomstenbelasting blijft u ook bij latere emigratie uit Nederland verschuldigd, omdat Nederland een conserverende aanslag zal opleggen voor de meerwaarde van de aandelen op dat moment. Deze aanslag blijft sinds 15 september 2015 onbeperkt in de tijd uitstaan. Box 3-vermogen onderbrengen in BV Heeft u meer dan € 1.000.000 aan box 3-vermogen en behaalt u hierover minder dan 4% rendement? Dan kan het voor u voordelig zijn om het box 3-vermogen vóór 1 januari 2018 in uw BV te storten. Als gevolg van de gewijzigde vermogensrendementsheffing in de inkomstenbelasting betaalt u vanaf 1 januari 2018 jaarlijks 1,61% belasting over uw box 3-vermogen boven de € 1.000.000. In uw BV betaalt u 20% vennootschapsbelasting (in de eerste tariefschijf) en vervolgens 25% inkomstenbelasting (box 2-heffing), waardoor de cumulatieve belastingdruk uitkomt op 40% over het daadwerkelijk behaalde rendement. Bij een rendement van 4% is de belastingdruk in privé (box 3) en in uw BV (box 2) even hoog; bij een rendement dat lager is dan 4% is het voordeliger om in uw BV te beleggen. Box 3-vermogen onderbrengen in VBI Heeft u als DGA box 3-vermogen en behaalt u hierover minder dan circa 6,5% rendement? Dan is het voor u wellicht interessant om een VBI op te richten en uw vermogen hierin vóór 1 januari 2018 onder te brengen. Kom daarvoor wel zo snel mogelijk in actie, zodat alle betrokken partijen (o.a. de bank) in staat zijn om een en ander per 31 december rond te hebben. Vanaf 1 januari 2018 betaalt u jaarlijks 1,61% vermogensrendementsheffing over uw box 3-vermogen boven de € 1.000.000. Een VBI is vrijgesteld van vennootschapsbelasting en effectief betaalt u 25% inkomstenbelasting (box 2-heffing) over het daadwerkelijk behaalde rendement. Bij een rendement van circa 6,5% is de belastingdruk in privé (box 3) en in de VBI (box 2) even hoog; bij een rendement dat lager is dan circa 6,5% is het voordeliger om via een VBI te beleggen. Als gevolg van wetswijziging per 1 januari 2017 is het niet meer mogelijk om met uitstel van box 2-heffing beleggingsvermogen uit uw BV over te hevelen naar een VBI. < terug naar de inhoudsopgave Family Owned Business & Private Wealth 45 Directeur-grootaandeelhouder Vergoedingsrechten Bent u ondernemer en bent u al getrouwd of gaat u trouwen? Let dan goed op. Het wettelijke huwelijksvermogensrecht wordt met ingang van 1 januari 2018 gewijzigd. Dit kan grote gevolgen hebben voor u en uw partner, zelfs als u al getrouwd bent. Voor u als ondernemer krijgt u in het bijzonder te maken met vergoedingsrechten. Zie voor meer informatie hierover de tip ‘Wijziging wettelijk huwelijksvermogensrecht’ op blz. 57. Introductie belasting over kapitaalverminderingen in België Bent u fiscaal inwoner van België en houdt u de aandelen van een vennootschap met zowel volgestort kapitaal als reserves? Dan is het goed om te weten dat naar verwachting op 1 januari 2018 een belastingheffing wordt ingevoerd op bepaalde kapitaalverminderingen van vennootschappen waarvan de aandelen door fiscale inwoners van België worden gehouden (Belgische ‘tax shift’). Voorgesteld is dat indien een vennootschap met reserves besluit tot kapitaalvermindering, deze kapitaalvermindering verhoudingsgewijs enerzijds moet worden toegerekend aan het kapitaal en anderzijds moet worden toegerekend aan de belaste reserves. Stel, een vennootschap heeft een volgestort kapitaal van 100 en daarnaast belaste reserves van 100. Op enig moment besluit de aandeelhouder om het volgestorte kapitaal te verminderen van 100 naar 10. Dan betekent dit volgens het voorstel dat de kapitaalvermindering fiscaal voor 45 moet worden toegerekend op het volgestorte kapitaal en voor 45 op de belaste reserves. Na de kapitaalvermindering heeft de vennootschap fiscaal nog een volgestort kapitaal van 55 en nog 55 belaste reserves. De kapitaalvermindering wordt dus fiscaal gekwalificeerd als een dividenduitkering in de mate dat er belaste reserves zijn in verhouding tot het kapitaal. Het fiscaal uitgekeerde dividend wordt belast tegen het tarief van 30%. In het voorbeeld leidt de kapitaalvermindering tot een te betalen belasting van 13,5 (30% over 45). Als de vennootschap waarvan het kapitaal wordt verminderd een Belgische vennootschap is, moet de belasting door de vennootschap aan de bron op de uitkering worden ingehouden. De aandeelhouder ontvangt het nettobedrag van 76,5 (45 kapitaal + 31,5 netto-dividend). Als het kapitaal van een buiten België gevestigde vennootschap wordt verminderd, moet de aandeelhouder het belastbare deel van de uitkering van 45 opgeven in zijn aangifte personenbelasting. Via de aanslag zal hij de belasting van 13,5 (30% van 45) betalen, zodat hij per saldo netto 76,5 overhoudt. < terug naar de inhoudsopgave 46 Hoogte gebruikelijk loon Heeft u werkzaamheden verricht voor een vennootschap waarin u (of uw partner) tenminste 5% van het geplaatste kapitaal (aanmerkelijk belang) heeft? Dan wordt u als directeur-grootaandeelhouder (DGA) geacht een minimum bedrag aan loon te genieten. Dit wordt het gebruikelijk loon genoemd. Het loon moet in beginsel ten minste op het hoogste van de volgende bedragen worden gesteld: 1. 75% van het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking van een werknemer die geen aanmerkelijk belang heeft in de vennootschap; 2. Het hoogste loon van de werknemer in dienst van de vennootschap of groepsvennootschap; 3. € 45.000 (bedrag 2017) Is het gebruikelijk loon hoger, dan het werkelijk genoten loon? Dan wordt het meerdere geacht te zijn genoten bij het einde van het kalenderjaar. Hoogte gebruikelijk loon voor innovatieve start-ups Heeft u werkzaamheden verricht voor een innovatieve start-up waarin u (of uw partner) tenminste 5% van het geplaatste kapitaal (aanmerkelijk belang) heeft? Dan mag u als DGA van een innovatieve start-up met ingang van 1 januari 2017 uw belastbare loon tijdelijk vaststellen op het wettelijke minimumloon. Een innovatieve startup is een bedrijf dat speur- en ontwikkelingswerk (S&O) verricht, en binnen de WBSO (S&O-afdrachtvermindering) als ‘starter’ kwalificeert. Als uw bedrijf als innovatieve start-up kwalificeert, dan gaat er vanaf 1 januari 2018 overigens tijdelijk ook een gunstige fiscale regeling gelden voor aandelenopties die u aan uw werknemers toekent. Dit kan een interessante manier zijn om werknemers aan u te binden. Ook dit jaar relevant Directeur-grootaandeelhouder < terug naar de inhoudsopgave Family Owned Business & Private Wealth 47 Directeur-grootaandeelhouder Common Reporting Standard en VBI Heeft u vermogen ondergebracht in een vennootschap, zoals in een VBI of overweegt u een VBI op te richten? Laat u dan goed informeren of uw vennootschap (VBI) aangemerkt moet worden als een ‘financiële instelling’ voor toepassing van de zogenoemde ‘Common Reporting Standard’ (CRS). Dit kan leiden tot extra administratieve verplichtingen voor de VBI. CRS is gericht op het automatisch uitwisselen van financiële gegevens tussen landen in het kader van meer transparantie in belastingzaken. Ook voor Foreign Account Tax Compliance Act (FATCA) doeleinden kan een VBI kwalificeren als een financiële instelling. FATCA is Amerikaanse wetgeving die op basis van een verdrag ook is geïmplementeerd door Nederland en vereist van alle financiële instellingen dat zij al hun Amerikaanse klanten identificeren. De Nederlandse regelgeving kent een specifieke bepaling voor ‘familie vennootschappen’. Als - kort gezegd - (i) de aandeelhouders of participanten behoren tot één familie; (ii) waarbij de VBI zich niet presenteert als een beleggingsentiteit; en (iii) de VBI geen kapitaal uit de markt heeft aangetrokken, noch zal aantrekken dan is de VBI geen financiële instelling. Als de VBI wordt aangemerkt als een financiële instelling moet zij de aandeelhouders of participanten volgens bepaalde eisen identificeren en moet de VBI in bepaalde gevallen jaarlijks gegevens verstrekken aan de Belastingdienst. Privé belastingschulden overdragen aan eigen BV Heeft u belastingschulden die zijn uitgezonderd van de rendementsgrondslag voor box 3? Dan is het wellicht mogelijk om deze schulden over te dragen aan uw BV. De Hoge Raad heeft in 2016 geoordeeld dat een DGA - na verrekening met de vordering die de DGA had op zijn BV - zijn privé belastingschuld kon overdragen aan zijn BV, ondanks dat de Belastingdienst niet akkoord ging met de schuldoverdracht. Het voordeel van het overdragen van uw belastingschulden aan uw BV is dat dit kan resulteren in een verlaging van uw rendementsgrondslag van box 3. Indien u een belastingschuld heeft, neem dan uiterlijk begin december contact met ons op, zodat wij - indien uw belastingschuld hiervoor in aanmerking komt - voor jaareinde deze schuld kunnen doen overdragen aan uw BV. < terug naar de inhoudsopgave 48 Directeur-grootaandeelhouder Sociale zekerheid Heeft u als werknemer uw positie voor de werknemersverzekeringen juist vastgesteld? Indien u werkzaamheden verricht voor een vennootschap waarin u (of uw partner) een aanmerkelijk belang heeft, dan is meestal sprake van een dienstbetrekking. De vraag komt op of de vennootschap premies werknemersverzekeringen is verschuldigd over het salaris dat zij uitbetaalt aan u of uw partner. Daarbij neemt de DGA een bijzondere positie in, dat wil zeggen dat de DGA onder bepaalde voorwaarden niet verzekerd is voor de werknemersverzekeringen. Wij kijken graag met u naar uw specifieke situatie om te beoordelen of sprake is van verzekeringsplicht en of premies verschuldigd zijn. Aanschaffen personenauto in privé of van de zaak Overweegt u een personenauto in privé of van de zaak aan te schaffen? Vraag dan goed na wat hiervan de gevolgen zijn voor de belasting van personenauto’s en motorrijwielen (BPM), de motorrijtuigenbelasting (MRB), de omzetbelasting en uw bijtelling. Elk jaar wijzigen de tarieven van de BPM. Zuiniger auto’s, zoals hybride auto’s, zullen bij aanschaf lager worden belast met BPM, meer vervuilende auto’s zullen hoger worden belast. Afhankelijk hiervan kan het voordelig zijn om de aanschaf te doen voor het einde van het jaar dan wel juist te wachten met aanschaf tot volgend jaar. Let wel, de dag van registratie van de auto in het kentekenregister is bepalend voor het toe te passen tarief van de BPM. Als u dit jaar een zuinige auto wilt aanschaffen om een besparing te bereiken dan moet u het voertuig tijdig bestellen en laten registreren. Auto of motor met buitenlands kenteken Heeft u een auto of motor met buitenlands kenteken en maakt u gebruik van de openbare weg in Nederland? Dan mag u in principe als Nederlands ingezetene niet zomaar gebruik maken van de openbare weg. U bent dan BPM en motorrijtuigenbelasting verschuldigd. Hiervan zijn een aantal situaties uitgezonderd. Denkt u hierbij bijvoorbeeld aan (i) de situatie dat een auto of motor met buitenlands kenteken wordt geleased en de heffing van BPM dan tijd gerelateerd is of (ii) het gebruik van een voertuig met buitenlands kenteken voor maximaal 2 weken of (iii) de situatie dat een in Nederland gevestigde ondernemer die tevens bestuurder, vennoot of aandeelhouder is van een buiten Nederland gevestigde onderneming gebruik maakt van een auto of motor met een buitenlands kenteken. Wilt u weten of u in aanmerking komt voor een vrijstelling van BPM en motorrijtuigenbelasting? Laat u hierover dan goed voorlichten. Een eventuele vrijstelling kan digitaal worden aangevraagd via de website van de Belastingdienst. < terug naar de inhoudsopgave Family Owned Business & Private Wealth 49 Directeur-grootaandeelhouder Auto uitvoeren naar EU/EER-land Bent u voornemens om een auto uit te voeren naar een EU/EER-land? Dan kunt u onder voorwaarden de BPM terugkrijgen als u de auto uitvoert naar een andere EU-lidstaat of land dat partij is bij de EER (Liechtenstein, Noorwegen en IJsland). Het terug te krijgen bedrag is afhankelijk van het bedrag van de bij registratie betaalde BPM en de periode van gebruik in Nederland. Aan de teruggaaf zijn de volgende voorwaarden verbonden: (i) de auto moet na 15 oktober 2006 in Nederland zijn geregistreerd; (ii) de auto moet aantoonbaar een definitieve registratie krijgen in een andere EU-lidstaat of land dat partij is bij de EER; (iii) de auto moet fysiek buiten Nederland zijn gebracht; (iv) het verzoek om teruggaaf moet binnen 13 weken na uitschrijving in het Nederlandse kentekenregister plaatsvinden; en (v) de auto moet bij de Rijksdienst voor het Wegverkeer (RDW) zijn aangemeld voor uitvoer. Emigratie naar Luxemburg Overweegt u vanuit Nederland te emigreren naar Luxemburg? Dan kunt u sinds 2016 in Luxemburg wettelijk aanspraak maken op een verhoogde verkrijgingsprijs van uw aanmerkelijk belang pakket (oftewel aandelen in uw eigen BV/NV). Dit wordt ook wel een ‘step up’ genoemd. Daarmee wordt de verkrijgingsprijs van het aanmerkelijk belang pakket vastgesteld op de waarde in het economische verkeer ten tijde van de emigratie. Dit heeft tot gevolg dat bij vervreemding (bijvoorbeeld verkoop) van uw aanmerkelijk belang aandelen Luxemburg in beginsel niet zal heffen over de waardeaangroei die in de periode voorafgaande aan de emigratie is ontstaan (latente belastingclaim). Let wel, in Luxemburg kan de step up worden verkregen voor aandelenbelangen van meer dan 10% van het geplaatste kapitaal van een vennootschap. < terug naar de inhoudsopgave 50 Oudedagsvoorzieningen Als DGA heeft u wellicht pensioen in eigen beheer opgebouwd. Met ingang van 1 juli 2017 is deze opbouwmogelijkheid na een coulanceperiode van drie maanden definitief afgeschaft. Hierna informeren wij u wat dit voor u als DGA en uw (ex-)partner betekent. Ook lichten wij toe wat uw mogelijkheden zijn en waarmee u rekening moet houden als u pensioen gaat afkopen of omzetten in een oudedagsverplichting. < terug naar de inhoudsopgave Family Owned Business & Private Wealth 51 Oudedagsvoorzieningen Nieuw Oudedagsvoorzieningen Gevolgen afschaffing pensioenopbouw in eigen beheer Wat betekent de afschaffing van pensioen in eigen beheer voor u? In het kader van de afschaffing van pensioen in eigen beheer met ingang van 1 april 2017 heeft het kabinet twee mogelijkheden geboden: een gunstige fiscale afkoopregeling of omzetting in een oudedagsverplichting. Het reeds opgebouwde pensioen mag onder beide maatregelen worden afgewaardeerd van de commerciële waarde naar de fiscale balanswaarde (afstempelen). Over het verschil tussen de commerciële waarde en de fiscale balanswaarde is dan geen loon- en vennootschapsbelasting verschuldigd, noch 20% revisierente. Nadat de pensioenverplichting is afgewaardeerd kan deze ‘fiscaal vriendelijk’ worden afgekocht of worden omgezet in een zogenoemde oudedagsverplichting. Wanneer geen keuze voor de gunstige fiscale afkoopregeling of de oudedagsverplichting wordt gemaakt, blijft het pensioen in eigen beheer bestaan. Het fiscale regime zoals dit gold op 31 maart 2017 zal dan van toepassing blijven. Keuze afkopen of omzetten in oudedagsverplichting Welke keuze is het meest voordelig voor u, afkopen of omzetten in een de oudedagsverplichting? Dit is afhankelijk van uw situatie. Beide keuzemogelijkheden hebben zowel voor- als nadelen. Als u kiest voor de gunstige fiscale afkoopregeling dan houdt dit - kort gezegd - in dat nadat het opgebouwde pensioen belastingvrij is afgewaardeerd van de commerciële waarde naar de fiscale balanswaarde, het pensioen tegen een heffing van maximaal 52% over 65,5% van de fiscale balanswaarde kan worden afgekocht in 2017. In 2018 wordt dit maximaal 52% over 75% van de fiscale balanswaarde en in 2019 wordt dit maximaal 52% over 80,5% van de fiscale balanswaarde. Volledigheidshalve zij opgemerkt dat het kortingspercentage (van 34,5%, 25% respectievelijk 19,5%) wordt berekend over ten hoogste de fiscale balanswaarde per ultimo 2015. Gedeeltelijke afkoop is niet mogelijk. Gebruik maken van de gunstige fiscale afkoopregeling zal alleen tot de mogelijkheden behoren indien u de loonbelastingheffing over de pensioenverplichting ineens kunt voldoen. Daar staat tegenover dat u mogelijk een aanzienlijke belastingkorting krijgt. De omvang van het totale belastingvoordeel is afhankelijk van de hoogte van het in de toekomst uit te keren pensioen en uw andere toekomstige (box 1) inkomsten. Naast het belastingvoordeel zijn er ook andere voordelen aan de afkoopvariant, zoals een kostenvermindering indien een pensioen BV kan worden geliquideerd nadat de pensioenverplichting is afgekocht. < terug naar de inhoudsopgave 52 Oudedagsvoorzieningen Afkopen ongewenst of niet mogelijk Wilt u of kunt u het pensioen in eigen beheer niet afkopen? Dan kunt u kiezen voor het omzetten van de pensioenverplichting in een oudedagsverplichting. De oudedagsverplichting is vergelijkbaar met een pensioen op basis van een beschikbare premieregeling. Daarbij geldt dat, nadat het opgebouwde pensioen belastingvrij is afgewaardeerd van de commerciële waarde naar de fiscale balanswaarde, dit afgewaardeerde pensioen uiterlijk 31 december 2019 wordt omgezet in een zogenoemde oudedagsverplichting en vervolgens een uitkering wordt aangekocht zodra de AOW-leeftijd wordt bereikt. Dit kan bij een verzekeraar of een bank in de vorm van een lijfrenteproduct en bij de vennootschap die de oudedagsverplichting heeft uitgevoerd in de vorm van een uitkering met een looptijd van in beginsel twintig jaar. Toekomstige dotaties voor het oudedagssparen zijn niet mogelijk, zodat de omvang van de oudedagsverplichting enkel toeneemt door een wettelijk voorgeschreven jaarlijkse oprenting. Controle pensioenverplichting Waarmee moet u rekening houden als u gaat afkopen of omzetten in een oudedagsverplichting? Houd rekening met een mogelijke controle van uw pensioenverplichting door de Belastingdienst. Voordat u uw pensioenverplichting gaat afkopen of gaat omzetten in een andere oudedagsverplichting mag deze in beginsel worden afgewaardeerd van de commerciële waarde naar de fiscale balanswaarde. Over het verschil tussen de commerciële waarde en de fiscale balanswaarde bent u geen belasting verschuldigd. Om het afstempelen op een juiste wijze te laten plaatsvinden zal de Belastingdienst het relevant vinden dat de hoogte van de commerciële waarde en de fiscale balanswaarde van de pensioenvoorziening correct zijn vastgesteld. Het zal dan ook van belang zijn om uw pensioendocumentatie en –administratie op orde te hebben. Tegelijkertijd zal de Belastingdienst mogelijk ook andere onderdelen van de pensioenregeling, die zijn opgenomen in uw pensioenovereenkomst, willen controleren waarbij kan worden gedacht aan de ingangsdatum van uw pensioen en de indexatieverplichting. < terug naar de inhoudsopgave Family Owned Business & Private Wealth 53 Oudedagsvoorzieningen Oudedagsverplichting aanwenden voor bancaire lijfrente Heeft u een oudedagsverplichting en wilt u de voordelen hieruit al voor het bereiken van de AOWleeftijd verkrijgen? In beginsel moet de oudedagsverplichting uiterlijk vanaf het bereiken van de AOW-leeftijd worden aangewend om u gedurende een periode van in beginsel 20 jaar in gelijkmatige uitkeringen te voorzien. Het is echter mogelijk dat u de oudedagsverplichting voor het bereiken van de AOW-leeftijd opeist om de aankoop van een lijfrenteproduct bij een bank of een verzekeraar te bedingen. Dit betekent dat de vennootschap die de oudedagsverplichting op dat moment uitvoert, er voor moet zorgen dat relatief snel een substantieel bedrag kan worden betaald aan de aanbieder van het lijfrenteproduct. Wanneer een dergelijke lijfrente wordt aangekocht, zal dit geen belastbaar feit vormen. De corresponderende uitkering vanuit die lijfrente daarentegen wel. (Ex-)partner Heeft u een (ex-)partner en kiest u voor afkopen of omzetting in een oudedagsverplichting? Maak dan vooraf duidelijke afspraken met uw (ex-) partner. Dit is een belangrijk aandachtspunt bij het afschaffen van het pensioen in eigen beheer. De wetgever heeft uitdrukkelijk aangegeven dat de (ex-)partner moet meetekenen als de afkoop van het pensioen in eigen beheer dan wel omzetting naar de spaarvariant/ oudedagsverplichting leidt tot een benadeling van de (ex-)partner. Van een benadeling zal relatief snel sprake zijn nu de commerciële waarde van het pensioen vaak hoger ligt dan de fiscale balanswaarde daarvan. De verplichte toestemming van de (ex-)partner kan mogelijk tot complicaties leiden. Gedacht kan worden aan de onmogelijkheid voor u om het pensioen om te zetten of af te kopen doordat uw (ex-)partner toestemming weigert te geven. Maar u moet ook rekening houden met compensatie voor uw (ex-)partner indien de pensioenverplichting wordt omgezet of afgekocht. < terug naar de inhoudsopgave 54 Oudedagsvoorzieningen Reeds ingegaan pensioen Keert uw eigen BV al pensioen aan u en/of uw (ex-)partner uit? Ook in dat geval kunt u samen met uw (ex-)partner kiezen tussen afkopen en de oudedagsverplichting. Zie voor meer informatie hierover de tip ‘Keuze afkopen of omzetten in oudedagsverplichting’ op blz. 51. Niets doen Wat kunt u doen als u geen gebruik wenst te maken van de gunstige fiscale afkoopregeling of de oudedagsverplichting? Dan kunt u er ook voor kiezen om het pensioen in eigen beheer in stand te laten, oftewel ‘niets te doen’. Nadat de opbouw van pensioen is stopgezet, moet de pensioenverplichting nog wel worden opgerent en geïndexeerd. De complexe regels voor het waarderen van het pensioen in eigen beheer blijven in dat geval van toepassing. < terug naar de inhoudsopgave Family Owned Business & Private Wealth 55 Oudedagsvoorzieningen Alternatieven opbouw pensioen buiten eigen beheer Welke alternatieven heeft u om te sparen voor de oude dag, indien geen pensioen meer wordt opgebouwd in eigen beheer? Pensioen opbouwen in eigen beheer is vanaf 1 juli 2017 definitief niet meer mogelijk. Wanneer u in de toekomst toch fiscaal vriendelijk wilt sparen voor de oude dag, moet u dat op een andere manier doen. U heeft daartoe nog de volgende mogelijkheden: - Een pensioenverzekering aangaan bij een verzekeraar of premiepensioeninstelling; - Het bedingen van een lijfrenteproduct bij een bank of verzekeraar; - Onder omstandigheden sparen en beleggen in box 3 (zie in dit kader onder meer de tip ‘Box 3-vermogen onderbrengen in VBI’ op blz. 44); - Sparen in de BV (box 2) en dividend uitkeren op de datum van pensioen; en/of - Op vrijwillige basis deelnemen in de eventuele pensioenregeling die van toepassing is op binnen de organisatie aanwezige werknemers. Het is mogelijk om de verschillende opties te combineren. Wat fiscaal het meest voordelig is, is afhankelijk van uw specifieke situatie. Afkoop pensioen in eigen beheer door inwoner van België die uit Nederland afkomstig is Bent u inwoner van België en heeft u een pensioen in eigen beheer opgebouwd in een in Nederland gevestigde vennootschap? Let dan goed op. Sinds 1 juli 2017 is het niet meer mogelijk om pensioen in eigen beheer op te bouwen. Deze opbouwmogelijkheid is na een coulanceperiode van drie maanden definitief afgeschaft. Voorts voorziet de regeling in de mogelijkheid om het reeds opgebouwde pensioen in eigen beheer in de jaren 2017, 2018 en 2019 tegen een korting af te kopen. Een van de vragen die als gevolg hiervan is gesteld, is hoe om te gaan met de afkoop van een pensioen in eigen beheer door een inwoner van België. Er bestaat onzekerheid over de vraag of België al dan niet zal heffen over het deel van de afkoopsom dat niet effectief in Nederland wordt belast als gevolg van de genoemde korting. Begin juni 2017 hebben hieromtrent gesprekken plaatsgevonden tussen de Nederlandse staatsecretaris van Financiën en de Belgische minister van Financiën. Hieruit zijn echter geen definitieve standpunten voortgekomen. Het Ministerie van Financiën van België (Dienst Belintax) heeft Loyens & Loeff-Brussel onlangs laten weten dat deze problematiek zal worden behandeld in een circulaire die naar verwachting eind dit jaar zal worden gepubliceerd. Pas dan zal er meer duidelijkheid zijn over deze problematiek. Het is raadzaam om u hierover goed te laten informeren. < terug naar de inhoudsopgave 56 Vermogende particulier Vanaf 2017 geldt in box 3 effectief een progressief belastingtarief, dat jaarlijks opnieuw wordt vastgesteld. Door de huidige lage rentestand is het denkbaar dat de te betalen belasting meer bedraagt dan het behaalde rendement en u dus inteert op het vermogen. Het kan daarom voordelig zijn om de samenstelling van uw box 3-vermogen anders in te richten. Ook kan het voordelig zijn nog in 2017 en 2018 gebruik te maken van de mogelijkheid onderhoudskosten voor monumentenpanden in aftrek te brengen in de inkomstenbelasting. Deze regeling vervalt naar verwachting met ingang van 1 januari 2019. Een belangrijke civielrechtelijke ontwikkeling is dat het wettelijke huwelijksvermogensrecht met ingang van 1 januari 2018 wordt gewijzigd. Dit kan grote gevolgen hebben voor u en uw partner, zelfs als u al getrouwd bent. < terug naar de inhoudsopgave Family Owned Business & Private Wealth 57 Vermogende particulier Nieuw Vermogende particulier Wijziging wettelijk huwelijksvermogensrecht Bent u getrouwd of gaat u trouwen? Met ingang van 1 januari 2018 wordt het wettelijke huwelijksvermogensrecht gewijzigd. Dit kan grote gevolgen hebben voor u en uw partner, zelfs als u al getrouwd bent. Als u vanaf deze datum - zonder het maken van huwelijksvoorwaarden - in het huwelijk treedt, geldt voortaan de wettelijke beperkte gemeenschap. Van de gemeenschap zijn uitgesloten: (i) het voorhuwelijks niet gezamenlijk vermogen en (ii) erfenissen en schenkingen. Hierdoor krijgt een voorgenomen huwelijk een aantal belangrijke nieuwe aandachtspunten. Zo zal al het voorhuwelijkse gezamenlijke vermogen in de nieuwe beperkte gemeenschap vallen, ook als de eigendomsverhouding niet 50/50 is. Denk hierbij aan de situatie dat u vóór het huwelijk eigenaar bent van een gezamenlijke woning in de eigendomsverhouding van bijvoorbeeld 70/30 of 80/20 en u van plan bent te gaan trouwen zonder huwelijksvoorwaarden. In dat geval wordt u op grond van de nieuwe wettelijke gemeenschap opeens beiden voor de helft eigenaar van die woning. Dit kan een reden zijn om toch huwelijksvoorwaarden op te stellen na 1 januari aanstaande, ook al geldt dan een beperkte wettelijke gemeenschap van goederen. Bent u ondernemer en bent al getrouwd of gaat u trouwen? Dan kunt u vanaf 1 januari 2018 - ook als de onderneming privé-eigendom is - te maken krijgen met vergoedingsrechten. Dit betekent dat u als ondernemer mogelijk een vergoeding moet betalen aan de gemeenschap, terwijl dit niet is afgesproken of de bedoeling is. Het is belangrijk dat u hierover concreet advies vraagt. In sommige gevallen kan dit aanleiding zijn voor het wijzigen of opmaken van uw huwelijksvoorwaarden. Interen op box 3-vermogen Heeft u de afgelopen jaren meer belasting betaald dan dat u rendement heeft behaald? Dan kunt u overwegen uw vermogen in te brengen in een ‘box 2-entiteit’. Hierbij kan worden gedacht aan een BV, CV dan wel open fonds voor gemene rekening (OFGR). Op deze manier betaalt u belasting over het werkelijk behaalde rendement. Hierdoor zal u niet of minder snel interen op uw vermogen. De meest gepaste entiteit hangt voornamelijk af van uw wensen en persoonlijke situatie. Wij verwijzen hierbij ook graag naar de tip ‘Box 3-vermogen onderbrengen in BV’ en de tip ‘Box 3-vermogen onderbrengen in VBI’ op blz. 44. Box 3-vermogen onderbrengen in VBI Heeft u meer dan € 1.000.000 aan box 3-vermogen en behaalt u hierover minder dan circa 6,5% rendement? Dan is het voor u wellicht interessant om een VBI op te richten en uw vermogen hierin vóór 1 januari 2018 af te zonderen. Kom daarvoor wel uiterlijk begin december in actie, zodat alle betrokken partijen (o.a. de bank) in staat zijn om een en ander per 31 december rond te hebben. Vanaf 1 januari 2018 betaalt u jaarlijks 1,61% vermogensrendementsheffing over uw box 3-vermogen boven de € 1.000.000. Een VBI is vrijgesteld van vennootschapsbelasting en effectief betaalt u 25% inkomstenbelasting (box 2-heffing) over het daadwerkelijk behaalde rendement. Bij een rendement van circa 6,5% is de belastingdruk in privé (box 3) en in de VBI (box 2) even hoog; bij een rendement dat lager is dan circa 6,5% is het voordeliger om via een VBI te beleggen. < terug naar de inhoudsopgave 58 Woonachtig in buitenland – teruggaaf Nederlandse dividendbelasting Woont u in het buitenland en heeft u portfolioaandelen waarop in de afgelopen vijf jaren Nederlandse dividendbelasting is ingehouden? Dan heeft u mogelijk recht op (gedeeltelijke) teruggaaf van de ingehouden Nederlandse dividendbelasting. Van belang om vast te stellen of u recht heeft op teruggaaf van de ingehouden Nederlandse dividendbelasting is de wijze van belastingheffing in uw woonland over de Nederlandse portfoliodividenden. Een verzoek tot teruggaaf moet worden ingediend binnen vijf jaar na afloop van het kalenderjaar waarin het dividend is ontvangen. Indien in het jaar 2012 Nederlandse dividendbelasting is ingehouden, moet u vóór 1 januari 2018 een verzoek tot teruggaaf indienen. Woonachtig in buitenland – Nederlands vastgoed Bent u woonachtig in het buitenland en bezit u onroerend goed in Nederland waarover in box 3 belasting wordt geheven? Dan mag u voor de rendementsgrondslag voor uw box 3-heffing rekening houden met een heffingvrij vermogen. Het heffingvrije vermogen mag in mindering worden gebracht op de rendementsgrondslag voor de bepaling van de omvang het box 3-vermogen. Voor het jaar 2017 bedroeg het heffingvrije vermogen € 25.000 en tezamen met een fiscaal partner € 50.000. Voor de jaren waarin de opgelegde aanslag inkomstenbelasting nog niet definitief is geworden, is het mogelijk om een beroep te doen op de toepassing van het heffingvrije vermogen. Daarnaast kan het in sommige gevallen voordelig zijn om de aankoop van Nederlands onroerend goed te financieren met een lening vanuit uw buitenlandse vennootschap en zodoende de rendementsgrondslag van box 3 te verlagen. Vermogende particulier < terug naar de inhoudsopgave Family Owned Business & Private Wealth 59 Vermogende particulier Monumentenpand Bent u in het bezit van een monumentenpand? Dan kan het mogelijk voordelig zijn nog in 2017 en 2018 (indien nodig) onderhoud te plegen aan het monumentenpand. De minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap heeft medio 2017 aangekondigd dat de voorgenomen afschaffing van de fiscale aftrek van monumentenpanden wordt uitgesteld tot 2019. Daarnaast heeft zij aangegeven vervangende maatregelen voor het onderhoud van rijksmonumenten te onderzoeken die gericht zijn op invoering per 2019. Het is echter aan het nieuwe kabinet om hierover definitieve besluiten te nemen. Vooralsnog is 80% van de onderhoudskosten aftrekbaar. Vraagt u zich af welke onderhoudskosten ten behoeve van uw monumentenpand aftrekbaar zijn? Aftrekbare onderhoudskosten zijn kosten van werkzaamheden die ertoe hebben gestrekt dat het pand, zoals dat bij de aanvang van de werkzaamheden bestond, in bruikbare staat te herstellen of te houden. De kosten moeten in redelijkheid zijn gemaakt. Let wel, verbeteringskosten zijn niet aftrekbaar. Het verschil tussen onderhoudskosten (aftrekbaar) en verbeteringskosten (niet aftrekbaar) is niet altijd even duidelijk en moet per geval worden beoordeeld. Scholingsuitgaven Heeft u in 2017 scholingsuitgaven gedaan? Dan kunt u de uitgaven gedaan voor een opleiding of studie met het oog op het verweven van inkomen aftrekken in uw aangifte inkomstenbelasting 2017. De minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap heeft medio 2017 aangekondigd dat de voorgenomen afschaffing van de fiscale aftrek van scholingsuitgaven wordt uitgesteld tot 2019, zodat u ook in het jaar 2018 gebruik kunt maken van de scholingsaftrek. Daarnaast heeft zij aangegeven vervangende maatregelen voor scholingsuitgaven te onderzoeken die gericht zijn op invoering per 2019. Het is echter aan het nieuwe kabinet om hierover definitieve besluiten te nemen. Eigenwoningaftrek Heeft u een eigenwoningschuld met een variabele rente en het risico ter zake van deze variabele rente afgedekt door middel van een renteswapovereenkomst? Dan zijn de vergoedingen betaald ter zake van renteswapovereenkomsten niet aftrekbaar als eigenwoningrente. Dit heeft de Hoge Raad onlangs bepaald. Op grond van de Wet IB 2001 zijn renten van schulden en kosten van geldleningen die behoren tot de eigenwoningschuld aftrekbaar als kosten van een eigen woning. Ons hoogste rechtscollege oordeelde in zijn arrest echter dat de door belanghebbende in het kader van de renteswapovereenkomsten betaalde bedragen niet kwalificeren als ‘renten van schulden’ en evenmin als ‘kosten van geldleningen’. < terug naar de inhoudsopgave 60 Vermogende particulier Box 3-vermogen verdelen over partners Heeft u box 3-vermogen en een fiscaal partner? Dan kan het voordelig zijn uw box 3-vermogen in uw aangifte inkomstenbelasting te verdelen tussen u en uw fiscale partner. U kunt dan tweemaal gebruik maken van de box 3-vrijstelling van € 25.000 en de laagste schijven van het progressieve effectieve box 3-tarief. Buitenlands vermogen Heeft u buitenlands vermogen dat u niet heeft opgenomen in uw aangifte inkomstenbelasting? Maak dan zo snel mogelijk gebruik van de inkeerregeling. De inkeerregeling wordt namelijk per 1 januari 2018 afgeschaft. Zie voor meer informatie hierover de tip ‘Afschaffing inkeerregeling’ op blz. 39. Invoering belasting op effectenrekeningen in België Bent u fiscaal inwoner van België en heeft u op uw bankrekeningen effecten met een waarde van tenminste € 500.000? Houdt u er dan rekening mee dat de Belgische regering naar verwachting met ingang van 1 januari 2018 een bijzondere belasting gaat invoeren op effectenrekeningen die worden gehouden door fiscale inwoners van België. Als een fiscaal inwoner van België effecten heeft op bankrekeningen met een waarde van tenminste € 500.000 is de inwoner op grond van deze wetswijziging belasting verschuldigd. Het belastingtarief bedraagt 0,15%. De belasting wordt over de volledige waarde van de rekeningen geheven, en dus niet alleen over de waarde die € 500.000 overstijgt. De belastingheffing vindt plaats over de gemiddelde waarde van alle rekeningen op jaarbasis. Het maakt daarbij niet uit of de rekening wordt gehouden bij een Belgische bank dan wel bij een buitenlandse bank. Echtgenoten kunnen voor gemeenschappelijke rekeningen twee maal de drempel van € 500.000 benutten, zodat zij te maken krijgen met deze effectenbelasting als de waarde van hun gemeenschappelijke effectenrekeningen tenminste € 1.000.000 bedraagt. Belgische banken zullen de berekening en betaling van de effectenbelasting verzorgen voor hun bankrekeninghouders. Hoe de belastingheffing van deze effectenbelasting zal verlopen voor effectenrekeningen die worden gehouden bij banken die buiten België zijn gevestigd, is nog onduidelijk. < terug naar de inhoudsopgave Family Owned Business & Private Wealth 61 Teruggaaf buitenlands dividendbelasting Heeft u effecten in buitenlandse bedrijven waarop u rendement heeft ontvangen? Mogelijk heeft u recht op teruggaaf van de buitenlandse bronbelasting. Internationaal gezien is het gebruikelijk dat een bronbelasting wordt ingehouden op rente en dividend. Nederland heeft met veel landen een belastingverdrag gesloten waarin het maximum percentage aan in te houden bronbelasting is bepaald. Indien in het betreffende buitenland bronbelasting is ingehouden die hoger is dan dit land op grond van het belastingverdrag had mogen inhouden, kunt u dit land verzoeken tot teruggaaf van de teveel ingehouden bronbelasting. Het indienen van een dergelijk verzoek moet gedaan worden binnen een bepaalde termijn, die per land verschilt. In veel gevallen is het mogelijk om tot drie jaar na afloop van het kalenderjaar waarin de opbrengst is genoten te verzoeken tot teruggaaf van de teveel ingehouden bronbelasting. Afkoop partneralimentatie Bent u in 2017 gescheiden en heeft u de partneralimentatie afgekocht? Dan is het mogelijk de afkoop van de partneralimentatie belastingneutraal te laten plaats vinden. Daarvoor is dan wel van belang dat u in de aangifte inkomstenbelasting 2017 tezamen met uw ex-partner opteert voor fiscaal partnerschap voor het gehele jaar. Dit heeft als voordeel dat de gezamenlijke inkomensbestanddelen en aftrekposten kunnen worden toegerekend in iedere wenselijke verhouding. Dit betekent dat het fiscale inkomen van de alimentatie ontvangende partner volledig kan worden afgezet tegen de fiscale aftrekpost van de alimentatie betalende partner. Verhuur tweede woning Bent u in het bezit van een tweede woning en verhuurt u deze woning? Dan is het mogelijk deze woning voor een lagere waarde dan de WOZ-waarde op te nemen in box 3. De waarde van een verhuurde woning is namelijk lager dan de WOZwaarde en deze wordt berekend aan de hand van een tabel. Hierbij wordt (uitgedrukt in procenten) aangeknoopt bij de verhouding tussen de WOZ-waarde en de hoogte van de huur. De hoogte van dit percentage bepaalt de zogenoemde leegwaarderatio waarmee vervolgens de waarde van de woning kan worden berekend. Let wel, de leegwaarderatio geldt slechts voor woningen waarvan de huurder huurbescherming geniet. Woning kopen van meer dan € 1.060.000 Bent u voornemens een woning van meer dan € 1.060.000 te kopen? Dan kan het interessant zijn een financiering aan te trekken die niet voldoet aan de eisen van de hypotheekrenteaftrek (box 1). Het gevolg hiervan is dat deze schuld in box 3 valt en daarmee uw grondslag in box 3 verlaagt. Dit kan voordelig zijn omdat de afgelopen jaren het eigenwoningforfait (bijtelling) voor woningen met een WOZ-waarde van meer dan € 1.060.000 is verhoogd en de te betalen hypotheekrente is gedaald. Per saldo is het dus mogelijk dat het box 1-voordeel van de hypotheekrenteaftrek minder voordelig is dan de box 3-besparing. Bijkomend voordeel is dat de box 3-financiering niet hoeft te voldoen aan de eisen van de hypotheekrente aftrek (verplicht aflossen, maximaal 30 jaar, enz.). Daarnaast kunt u gebruik maken van de Wet Hillen, zodat u per saldo geen eigenwoningforfait bij uw inkomen hoeft op te tellen. Ook dit jaar relevant Vermogende particulier < terug naar de inhoudsopgave 62 Vermogende particulier Aandelen geërfd Heeft u in de afgelopen 24 maanden een aandelenbelang van 5% of meer (aanmerkelijk belang) geërfd? Dan is het mogelijk dividend uit te keren zonder dat daarover dividend- of inkomstenbelasting is verschuldigd. Om erfgenamen tegemoet te komen in de financiering van de door de erflater verschuldigde inkomstenbelasting is deze regeling met ingang van 1 januari 2010 ingevoerd. Om gebruik te maken van deze tegemoetkoming moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: (i) over (een deel van) het vererfde aanmerkelijkbelangpakket is bij overlijden afgerekend over de meerwaarde (ii) de dividenduitkering vindt plaats binnen 24 maanden na overlijden van de erflater (iii) de dividenduitkering bedraagt niet meer dan het bedrag dat reeds bij overlijden van de erflater in de inkomstenbelasting is betrokken. Indien aan deze voorwaarden wordt voldaan, hoeft geen dividendbelasting te worden afgedragen over de dividenduitkering, maar wordt de verkrijgingsprijs van het aanmerkelijk belang verlaagd. Tevens is dan over het dividend geen inkomstenbelasting verschuldigd. Belastingschulden betalen Moet u nog een belastingschuld betalen? Dan kan het verstandig zijn om voor het einde van het jaar de belastingschulden af te lossen. Nog niet betaalde belastingschulden mogen in principe niet in box 3 als schuld in aftrek worden gebracht. Dit geldt niet voor de erfbelasting die u nog moet betalen; deze belastingschuld mag u wel in box 3 in aftrek brengen. Kunt u de aanslag inkomstenbelasting niet voor eind 2017 betalen omdat de Belastingdienst deze niet voor het eind van het jaar heeft opgelegd? Dan mag u - alleen in het geval u vóór 5 november 2017 schriftelijk of digitaal hebt verzocht om een (nadere) voorlopige aanslag - voor uw aangifte IB 2018 de alsnog in 2018 opgelegde en betaalde belastingaanslag toch in aftrek brengen op de belaste box 3-bezittingen. Dit laatste geldt ook als u eind 2017 nog geen aanslag hebt ontvangen over een aangifte die u vóór 1 oktober 2017 hebt ingediend. Kunst Bent u in het bezit van kunst? Dan zijn deze bezittingen in beginsel vrijgesteld in box 3. Maar houdt u kunst voor 70% of meer als belegging aan? Dan geldt de vrijstelling niet. Daarbij geldt als uitgangspunt dat u als belastingplichtige de intentie moet hebben om te beleggen. Dat sprake is van een beleggingsintentie, en het kunstwerk dus moet worden gezien als een belegging, moet worden bewezen door de inspecteur. < terug naar de inhoudsopgave Family Owned Business & Private Wealth 63 Vermogende particulier Giften doen aan een ANBI Wilt u een gift doen aan een ANBI? Overweeg dan een periodieke gift. Met het doen van een periodieke gift heeft u in de inkomstenbelasting recht op een hoger bedrag aan giftenaftrek dan wanneer u op een andere wijze een gift doet. De giftenaftrek in de inkomstenbelasting is voor andere giften gebonden aan een drempel (€ 60 en 1% van uw verzamelinkomen) en aan een plafond (10% van uw verzamelinkomen). Indien u een periodieke gift doet, is de gift voor het volledige bedrag aftrekbaar. Een periodieke gift moet uit ten minste vijf vaste (qua bedrag) en gelijkmatige (jaarlijkse) termijnen bestaan en kan worden gedaan door middel van een notariële akte of door middel van een onderhandse akte. De gift moet eindigen bij overlijden van de schenker en mag in beginsel niet afhankelijk worden gesteld van twee levens. Overigens kunnen onder voorwaarden ook giften aan SBBI’s of Steunstichtingen SBBI’s onder de giftenaftrek vallen. Zie voor nadere informatie de paragraaf ‘Charitatieve instellingen’ op blz. 78 t/m 81. Overweegt u een gift te doen aan een culturele ANBI? Dan kunt u in ieder geval tot 31 december 2018 profiteren van de zogenoemde multiplier. Mogelijk vervalt deze faciliteit daarna. Dat betekent dat u bij het bepalen van de giftenaftrek 25% van uw gift extra in aftrek mag brengen. Hieraan is wel een maximum verbonden van € 1.250. Periodieke gift na overlijden Heeft u een periodieke gift gedaan aan een ANBI en wilt u dat na uw overlijden de resterende termijnen ook ten goede komen aan de betreffende ANBI? Laat dan hiervoor een bepaling (legaat) opnemen in uw testament waaruit volgt dat na uw overlijden de resterende termijnen van de periodieke gift ineens aan de instelling of de vereniging wordt uitgekeerd. U mag dit niet regelen in de akte van de periodieke gift. Loketinstellingen Heeft u een gift gedaan aan een stichting en wilt u dat deze stichting uw gift doorstort aan een derde? Let dan op. De Belastingdienst is van mening dat giften aan zogenoemde ‘Loketinstellingen’, instellingen die enkel giften doorstorten, niet kwalificeren voor de giftenaftrek. Als u een gift doet aan een instelling die deze gift (in feite) doorstort aan een derde, dan kunt u alleen gebruik maken van de giftenaftrek indien de derde een ANBI is. < terug naar de inhoudsopgave 64 Vermogende particulier Verrekenbeding in huwelijksvoorwaarden Heeft u huwelijksvoorwaarden met daarin een jaarlijks verrekenbeding? De wettelijke regelingen van verrekenbedingen blijft ongewijzigd. Toch is het van belang dat u hieraan aandacht besteed. Een zogenaamd periodiek verrekenbeding moet namelijk ook daadwerkelijk jaarlijks worden uitgevoerd. Als niet wordt voldaan aan de verrekenplicht in huwelijksvoorwaarden, dan kan dat verstrekkende en ongewenste gevolgen hebben als het huwelijk eindigt. In dat geval zult u op grond van de wet in beginsel de waarde van al het vermogen dat u heeft met elkaar moeten verrekenen (vermogensverrekening), alsof u in algehele gemeenschap van goederen zou zijn gehuwd. Zien u en uw partner in onderling overleg af van verrekening? Voorkom dan discussies op een later moment door gezamenlijk (onderhands) op papier te zetten dat u in een jaar in onderling overleg afziet van verrekening. Het is raadzaam om dit ook te doen als de te verrekenen inkomsten gelijk zijn en er dus niets te verrekenen valt. Is over een langere periode geen uitvoering gegeven aan het verrekenbeding? Dan kunt u dit onder deskundige begeleiding alsnog doen. Behartiging van uw belangen via een notariële volmacht of levenstestament Heeft u uw zaken goed geregeld voor als u er nog wel bent, maar niet meer in staat bent om uw belangen te behartigen? Zo nee, zorg er dan voor dat u een notariële volmacht of een levenstestament laat opstellen door een notaris. Hierin kunt u zelf iemand aanwijzen die u belangen gaat behartigen op het moment dat u daartoe zelf niet meer in staat bent. < terug naar de inhoudsopgave Family Owned Business & Private Wealth 65 Vermogende particulier Emigratie naar Zwitserland en uw belastbaar inkomen Overweegt u vanuit Nederland naar Zwitserland te emigreren en vraagt u zich af hoe Zwitserland uw inkomen gaat belasten (en wat uw mogelijkheden zijn)? Houdt u er dan rekening mee dat Zwitserland in beginsel uw wereldwijde inkomen en vermogen belast met inkomsten- en vermogensbelasting. U kunt onder bepaalde voorwaarden wel gebruik maken van de Pauschal-regeling waarbij Zwitserland uw inkomen en vermogen op forfaitaire vaststelt. Dit houdt in dat de inkomstenbelasting niet wordt geheven over het daadwerkelijk genoten inkomen, maar wordt geheven op basis van een forfaitair vastgestelde grondslag die afhankelijk is van het uitgavenpatroon en de levensstijl van u en uw gezin. De hoogte van de Pauschal wordt in de praktijk overeengekomen met de lokale Zwitserse autoriteiten. Als vuistregel voor de hoogte van de Pauschal wordt onder meer zeven keer de jaarlijkse huur of huurwaarde van de eigen woning gehanteerd. Voorts heeft elk kanton regels ten aanzien van het minimum belastbaar Pauschal-bedrag. Emigratie naar Zwitserland en uw ziektekostenverzekering/sociale zekerheid Overweegt u vanuit Nederland naar Zwitserland te emigreren en vraagt u zich af welke gevolgen dit heeft voor uw ziektekostenverzekering en uw sociale zekerheidsrecht? Let er dan op dat u verplicht bent om een private ziektekostenverzekering af te sluiten in Zwitserland. Deze verzekering moet u - als onderdeel van uw inwonersregistratie in Zwitserland - overhandigen aan de relevante autoriteiten. Daarnaast moet u in beginsel sociale zekerheid premies af te dragen. Indien u een Pauschal-regeling bent overeengekomen, dan bedragen uw premies maximaal CHF 25.000 per persoon. Gewijzigde Pauschal-wetgeving Bent u op de hoogte van wat de gewijzigde Pauschalwetgeving voor u betekent? Met ingang van 1 januari 2016 is de Pauschal-wetgeving gewijzigd. Indien u reeds woonachtig bent in Zwitserland en gebruik maakt van de Pauschal-regeling dan is het verstandig om te bekijken of de aanpassingen van de Pauschal-wetgeving op federaal en kantonnaal niveau van invloed zijn op uw Pauschal-regeling. Onder de gewijzigde wetgeving zijn met name de regels voor de vaststelling van het (minimale) belastbare bedrag in Zwitserland en de toegangsvereisten tot de Pauschalregeling aangescherpt. Op basis van overgangsrecht worden de bestaande Pauschal-regelingen de komende vijf jaren (vanaf 2016) geëerbiedigd. Met andere woorden, pas vanaf 1 januari 2021 zal de gewijzigde wetgeving van toepassing zijn op een ieder met een Pauschal-regeling overeengekomen vóór 2016. Let wel, aangezien de gewijzigde regels een grote impact kunnen hebben op uw toekomstige Pauschal-regeling, is het raadzaam om de impact van de wijzigingen in een vroeg stadium in kaart te brengen. < terug naar de inhoudsopgave 66 Erven en schenken Als iemand komt te overlijden, is de erfgenaam of legataris erfbelasting verschuldigd. Als iemand vermogen schenkt, is de begiftigde schenkbelasting verschuldigd. De verkrijger hoeft alleen erf- of schenkbelasting te betalen als de erflater of schenker in Nederland woont of heeft gewoond. De woonplaats van de erfgenaam of de begiftigde is voor de verschuldigdheid van de belasting niet relevant. In dit onderdeel komen niet alleen fiscale tips op het gebied van erven en schenken aan de orde, maar ook enkele relevante civielrechtelijke (notariële) tips. < terug naar de inhoudsopgave Family Owned Business & Private Wealth 67 Erven en schenken Nieuw Erven en schenken Helderheid of aangaan huwelijksgemeenschap of verrekenbeding een schenking vormt Overweegt u huwelijkse voorwaarden aan te gaan of te wijzigen? Let dan goed op. Het aangaan van een wettelijke gemeenschap van goederen of een economisch daarmee overeenkomend finaal verrekenbeding worden beide niet gezien als een belastbare schenking. In situaties die hiervan afwijken is op dit moment niet altijd duidelijk of sprake is van een schenking van de ene partner aan de andere partner. Voorgesteld is om met ingang van 1 januari 2018 een regeling in te voeren die leidt tot een uniforme behandeling van het aangaan of wijzigen van huwelijkse voorwaarden. Deze regeling geldt ook voor geregistreerde partners en voor ongehuwde samenwoners die een notarieel samenlevingscontract aangaan waarin een wederzijdse zorgverplichting is opgenomen. Voor de eenvoud spreken wij in deze tip slechts over het ‘huwelijk’. Vraagt u zich af wat de nieuwe voorgestelde regeling - die leidt tot een uniforme behandeling van het aangaan of wijzigen van huwelijkse voorwaarden - voor u betekent? De hoofdregel is dat het aangaan van een huwelijk of het aangaan of wijzigen van huwelijkse voorwaarden geen belastbare schenking inhoudt. Dit zal op grond van de voorgestelde regeling in twee situaties anders zijn: (i) indien de Belastingdienst kan aantonen dat het aangaan van het huwelijk of het aangaan of wijzigen van huwelijkse voorwaarden als hoofddoel het ontgaan van schenkof erfbelasting heeft en (ii) indien zich een bepaalde vermogensverschuiving voordoet waarbij (ii-a) een echtgenoot voordien een aandeel van minder dan 50% in het totale vermogen van beide echtgenoten heeft en dat nadien meer is dan 50% of (ii-b) een echtgenoot voordien reeds een aandeel van meer dan 50% in het totale vermogen van beide echtgenoten heeft en dit aandeel groter is geworden. Het totale vermogen omvat voor de toepassing van deze regeling het privévermogen van beide echtgenoten, alsmede vermogen dat in een huwelijksgemeenschap valt. Uitgezonderd zijn vermogen dat verkregen is onder een uitsluitingsclausule, zogenoemde verknochte goederen en bepaalde pensioenrechten. Op welk moment vindt heffing plaats bij de echtgenoot bij wie sprake is van een belastbare schenking? Het moment van heffing vindt bij de betreffende echtgenoot plaats op het moment dat de vermogensverschuiving zich voordoet (d.w.z. het moment van aangaan of wijzigen van de huwelijkse voorwaarden), naar de waarde van het vermogen op dat moment. Een latere afwikkeling van de huwelijkse voorwaarden leidt niet tot heffing van schenkbelasting. Indien sprake is van huwelijkse voorwaarden die slechts effect sorteren in geval van einde van het huwelijk door overlijden, is op dat moment eventueel erfbelasting verschuldigd. Vraagt u zich af wat een goed moment is voor het aangaan of wijzigen van huwelijkse voorwaarden? Dan kan het gunstig zijn om het aangaan of wijzigen van huwelijkse voorwaarden te laten plaatsvinden na inwerkingtreding van de hiervoor besproken voorgestelde regeling (in beginsel 1 januari 2018). Het voorstel biedt duidelijkheid voor situaties waarin als gevolg van het aangaan of wijzigen van huwelijkse voorwaarden wellicht sprake zou kunnen zijn van een schenking of een fictieve erfrechtelijke verkrijging. Daarnaast ontstaan onder de voorgestelde regeling mogelijkheden, omdat echtgenoten hun vermogen kunnen samenvoegen of een verrekenbeding kunnen overeenkomen en in het kader daarvan vermogen of waarde naar elkaar kunnen laten verschuiven. Zolang zich geen vermogensverschuiving - als hiervoor aangegeven - voordoet, leidt dit niet tot de verschuldigdheid van schenkbelasting. Let wel, er zijn situaties denkbaar waarin het gunstiger is huwelijkse voorwaarden vóór 1 januari 2018 aan te gaan of aan te passen. Afhankelijk van de omstandigheden zal daarom een keuze moeten worden gemaakt tussen het aangaan of wijzigen van huwelijkse voorwaarden vóór 1 januari 2018 dan wel op of na 1 januari 2018. Het is in ieder geval raadzaam om uw huwelijksvermogensregime met enige regelmaat goed te laten bekijken door een deskundige. < terug naar de inhoudsopgave 68 Erven en schenken Vond deze schenking plaats in 2015 en/of 2016? Heeft u in 2015 of 2016 een aanvullend bedrag geschonken met toepassing van de inhaalvrijstelling van maximaal € 27.570? Dan kunt u vanaf 2017 slechts een aanvullende schenking doen van € 27.650. Dan kunt u gespreid over de jaren 2017, 2018 en 2019 in totaal € 100.000 vrijgesteld schenken. Dan kunt u alleen gebruik maken van een verhoogde vrijstelling als uw kind een partner heeft die tussen de 18 en 40 jaar is. NEE NEE NEE NEE NEE JA JA JA JA JA JA Stroomschema verhoogde schenkingsvrijstelling eigen woning kind Wilt u een (aanvullende) schenking doen aan uw kind van (maximaal) € 100.000 voor de aankoop of verbouwing van een eigen woning of ter aflossing van een eigenwoningschuld? Is uw kind ten tijde van schenking tussen de 18 jaar en 40 jaar? Heeft u eerder al een schenking aan uw kind gedaan waarbij een verhoogde vrijstelling is toegepast? Vond deze schenking plaats in 2010, 2011, 2012, 2013 en/of 2014? Dan kan het kind geen gebruik maken van de verhoogde vrijstelling, ook niet als in het eerdere jaar van schenking de volledige vrijstelling niet is benut. Dan kunt u in 2017 en/of 2018 een aanvullende schenking doen van € 46.824. < terug naar de inhoudsopgave Family Owned Business & Private Wealth 69 Erven en schenken Schenken voor aankoop eigen woning of aflossen eigenwoningschuld Overweegt u te schenken aan een familielid en/of aan een derde, waarbij de begiftigde het bedrag benut voor de aankoop van een eigen woning of het aflossen van de eigenwoningschuld? Dan kan de begiftigde vanaf 2017 onder voorwaarden gebruik maken van de per 1 januari 2017 tot een bedrag van € 100.000 verhoogde vrijstelling. Eerder was dit al mogelijk van 1 oktober 2013 tot en met 31 december 2014. In de nieuwe regeling geldt dat de begiftigde tussen de 18 en 40 jaar moet zijn. Toepassing van de vrijstelling is ook mogelijk als de begiftigde reeds 40 jaar of ouder is, maar een partner (in de zin van de Successiewet) heeft die wel aan voornoemde leeftijdseis voldoet. De verwantschap tussen de schenker en de begiftigde is niet relevant. Dus ook de schenking van grootouders aan hun kleinkinderen of van ooms/tantes aan neven/ nichten is tot een bedrag van € 100.000 vrijgesteld, mits de begiftigde tussen de 18 en 40 jaar is. Deze vrijstelling is per schenker voor iedere begiftigde eenmalig, maar het is mogelijk om de vrijstelling verspreid over drie achtereenvolgende kalenderjaren te benutten voor zover de begiftigde ten tijde van iedere (deel)schenking nog niet ouder dan 39 jaar is. Aangezien pas na drie kalenderjaren kan worden nagegaan wat de feitelijke benutting van het vrij te stellen bedrag is geweest, is voor de schenking ten behoeve van de eigen woning de aanslagtermijn sinds 2017 verlengd met twee jaar en vastgesteld op vijf jaar. Heeft u als ouder in het verleden geschonken aan uw kind, waarbij uw kind de verhoogde vrijstelling heeft toegepast, en heeft u de wens om aanvullend een bedrag te schenken? In dat geval wordt de fiscale systematiek een stuk ingewikkelder. Voor uw gemak hebben wij daarom het op blz. 68 afgedrukte ‘Stroomschema verhoogde schenkingsvrijstelling eigen woning kind’ opgesteld. Eigen woning en verruimde schenkingsvrijstelling Staat uw oude eigen woning te koop en bent u al ingetrokken in een andere (nieuwe) eigen woning? Let dan op in het geval u een bedrag geschonken krijgt ten behoeve van uw oude eigen woning. Weliswaar kan voor de inkomstenbelasting uw oude woning nog steeds als ‘eigen woning’ kwalificeren, voor de schenkbelasting is dit anders. Zo kan het zijn dat - doordat uw oude eigen woning nog kwalificeert als eigen woning voor de inkomstenbelasting - u onder voorwaarden nog wel recht heeft op de hypotheekrenteaftrek. Voor de schenkbelasting daarentegen is het begrip ‘eigen woning’ minder ruim met als gevolg dat een eventuele schenking ten behoeve van uw oude eigen woning niet onder de per 1 januari 2017 voor de eigen woning ingevoerde verruimde schenkingsvrijstelling van € 100.000 valt. Uitsluitings- of insluitingsclausule Heeft u een zogenoemde uitsluitingsclausule opgenomen in uw testament? Let er dan op dat de wijziging van het huwelijksvermogensrecht per 1 januari 2018 ook gevolgen kan hebben voor de keuze van een uitsluitingsclausule in uw testament. Nieuw is de mogelijkheid een insluitingsclausule te maken. Met deze clausules bepaalt u òf de partner van uw kind aanspraak kan maken op het vermogen dat u nalaat of schenkt aan uw kind. Het is raadzaam u te laten adviseren wat deze wijzigingen betekenen voor uw testament of een eventuele schenking als uw erfgenamen of de verkrijgers zijn getrouwd of willen gaan trouwen. Zie ook de tip ‘Wijziging wettelijk huwelijksvermogensrecht’ op blz. 57. < terug naar de inhoudsopgave 70 Erven en schenken Levensverzekeringsuitkering onder bewind Heeft u een levensverzekering en wilt u dat de uitkering hiervan op de juiste wijze wordt besteed? Zorg er dan voor dat u dit goed regelt met uw verzekeringsmaatschappij. Het is gebruikelijk om een onderbewindstellingsbepaling in een testament op te nemen. Maar let wel, de levensverzekering en de uitkering daarvan vallen in de regel niet in de nalatenschap, zodat de bewindbepalingen van uw testament daarvoor niet gelden. Mocht u wensen dat een bewind wordt ingesteld over de uitkering uit uw levensverzekering, dan kunt u dit met uw verzekeringsmaatschappij regelen door de instelling van een ‘verzekeringsbewind’. Wij helpen u hiermee graag verder. Overlijden eerste ouder Is onlangs een van de ouders overleden (eerste ouder) en hebben de kinderen als gevolg van de wettelijke verdeling van de nalatenschap een vordering op de langstlevende ouder (tweede ouder)? Vergeet dan niet de vorderingen vast te leggen nadat de eerste ouder is overleden. Het is van groot belang dat de vorderingen van de kinderen op de langstlevende bij een wettelijke verdeling schriftelijk worden vastgelegd. Immers, bij het tweede overlijden kunnen deze vorderingen worden verrekend met de omvang van de nalatenschap van de langstlevende. Voorkom onduidelijkheid hierover en leg het schriftelijk vast. De notaris kan u hierover adviseren en dit voor u opstellen. En/of-rekening Heeft u een en/of-rekening en bent u bang dat de ander de rekening misbruikt? Bel dan direct met uw bank als er problemen zijn. In overleg met uw bank kunt u ervoor zorgen dat niet één van de partijen die gerechtigd is tot het saldo van de en/of-rekening, de rekening misbruikt. Bij sommige banken kan een en/of-rekening ook worden omgezet in een en/en-rekening. Dan kan er niet over worden beschikt door één van de personen zonder dat de ander het weet, want bij een en/en-rekening moeten de partijen altijd samen tekenen. Getrouwd naar buitenlands huwelijksvermogensrecht Bent u getrouwd naar buitenlands huwelijksvermogensrecht en woont u in Nederland? Zorg er dan voor dat u uw buitenlandse huwelijksvoorwaarden inschrijft in het Nederlandse huwelijksgoederenregister. Dit kan door middel van een notariële akte bij de notaris. Op deze wijze weet u zeker dat eventuele Nederlandse schuldeisers behoren te weten dat u naar buitenlands huwelijksvermogensrecht bent getrouwd. Vruchtgebruiker in de problemen Bent u vruchtgebruiker, bijvoorbeeld doordat dit volgt uit het testament van uw overleden partner? Let er dan op dat u mogelijk kunt interen op het vruchtgebruikvermogen. In dat geval verbruikt u het vermogen. Dit is met name van belang in het geval de opbrengst van het vermogen (te) beperkt is. Onderneem dan dus actie. < terug naar de inhoudsopgave Family Owned Business & Private Wealth 71 Schenken van effecten en geldbeleggingen met voorbehoud van vruchtgebruik als inwoner van het Vlaams Gewest (België) Bent u voornemens om als inwoner van het Vlaams Gewest een schenking te doen van effecten en geldbeleggingen met voorbehoud van vruchtgebruik? Let er dan op dat sinds 1 juni 2016 over een dergelijke schenking Vlaamse schenkbelasting is verschuldigd. U bent sinds 1 juni 2017 ook Vlaamse schenkbelasting verschuldigd in het geval u delen van een maatschap die effecten of geldbeleggingen houdt, schenkt. Mocht bij overlijden van de schenker blijken dat over deze schenkingen met voorbehoud van vruchtgebruik geen Vlaamse schenkbelasting is betaald, dan moet de begiftigde volgens de Vlaamse Belastingdienst hierover alsnog Vlaamse erfbelasting betalen. Voor toepassing van deze erfbelasting is van belang dat u als schenker ten tijde van het overlijden inwoner bent van het Vlaams Gewest. Het nieuwe regime voor schenkingen met voorbehoud van vruchtgebruik geldt zelfs indien de schenker de risicotermijn van drie jaar overleeft. In de regel konden en kunnen schenkingen door inwoners van het Vlaams Gewest zonder schenkbelasting plaatsvinden en zijn ze vrij van Vlaamse erfbelasting indien de schenker, die in het Vlaams Gewest blijft wonen, de schenking drie jaar overleeft. Voormelde driejaarstermijn geldt nu niet meer voor schenkingen met voorbehoud van vruchtgebruik zonder betaling van Vlaamse schenkbelasting. Alternatieve vormen van schenkingen kunnen wel nog steeds onder voorwaarden zonder heffing van Vlaamse schenk- en erfbelasting plaatsvinden. Inwoner van het Vlaams Gewest (België) met naar Nederlands recht opgestelde huwelijkse voorwaarden Heeft u als inwoner van het Vlaams Gewest in uw huwelijkse voorwaarden - die zijn opgesteld naar Nederlands recht - een verrekenbeding of een alsofbeding met schulderkenning opgenomen? Dan moet u weten dat naar verwachting met ingang van 1 januari 2018 de vermogensaangroei als gevolg van een verrekenbeding of een alsof beding zal worden belast met Vlaamse erfbelasting. Het finaal verrekenbeding of het alsof-beding is een afspraak tussen echtgenoten die zij hebben opgenomen in hun huwelijkse voorwaarden. De meest vermogende echtgenoot verbindt zich dan om een prestatie te leveren aan de andere echtgenoot bij ontbinding van het huwelijk door overlijden, zoals bijvoorbeeld de betaling van de helft van de vermogensaangroei opgebouwd tijdens het huwelijk. Die verbintenis creëert een schuld in de nalatenschap van de eerststervende echtgenoot waardoor minder erfbelasting is verschuldigd. De Vlaamse regering heeft een wetsontwerp goedgekeurd waardoor deze schulden vanaf 1 januari 2018 naar verwachting niet meer op de nalatenschap in mindering kunnen worden gebracht voor toepassing van de erfbelasting. Het is daarom raadzaam om uw huwelijkse voorwaarden tijdig te laten bekijken door een deskundige. Erven en schenken < terug naar de inhoudsopgave 72 Erven en schenken Vernieuwd Belgisch erfrecht laat erfovereenkomsten toe Bent u inwoner van België en zou u graag uw erfopvolging al tijdens leven willen regelen? Dan is het goed om te weten dat met ingang van 1 september 2018 het Belgische erfrecht wordt gewijzigd. Dit nieuwe Belgische erfrecht heeft als voordeel dat u voortaan erfovereenkomsten kunt sluiten over de verdeling van uw nalatenschap met uw toekomstige erfgenamen. Een erfovereenkomst is een overeenkomst waarin u de verdeling van uw nalatenschap regelt, die u voor uw overlijden sluit met uw toekomstige erfgenamen. Zo kunt u bindende afspraken maken over uw nalatenschap met uw kinderen, waar uw kinderen na uw overlijden niet meer op terug kunnen komen. Een dergelijke overeenkomst voorkomt in principe onenigheid tussen uw kinderen na uw overlijden. Mocht u als inwoner van België een testament hebben dat is opgesteld naar buitenlands erfrecht, overweeg dan om de rechtskeuze van uw testament te herevalueren. Een nieuw testament waarbij u kiest voor het nieuwe Belgische erfrecht kan voordelen bieden als u graag uw erfopvolging tijdens leven zou willen regelen. Dit geldt ook in het geval u een verouderd testament heeft dat is opgesteld naar Belgische recht. < terug naar de inhoudsopgave Family Owned Business & Private Wealth 73 Schenken aan uw kind Heeft u het voornemen om aan een kind te schenken? Dan kan uw kind in 2017 sowieso gebruik maken van de jaarlijkse algemene vrijstelling van € 5.320. Daarbij is niet relevant waar het kind de schenking aan besteedt. Daarnaast kunt u eenmalig tot € 25.526 belastingvrij schenken aan een kind indien dat kind (of de fiscale partner) tussen de 18 jaar en 40 jaar is. Ook dan is niet van belang waar uw kind het geschonken bedrag aan besteedt. Deze vrijstelling van € 25.526 wordt verhoogd tot € 53.176 indien het geschonken bedrag is bestemd voor en gebruikt wordt voor een studie of opleiding voor een beroep van het kind waarvan de kosten aanzienlijk hoger zijn dan gebruikelijk. De eenmalige vrijstelling van € 25.526 wordt verhoogd tot € 100.000 indien het een schenking ten behoeve van een eigen woning betreft. Zie ook hiervoor het op blz. 68 opgenomen stroomschema. Heeft u het voornemen om aan een kleinkind of aan een derde te schenken? Dan kan uw kleinkind of de derde in 2017 gebruik maken van de jaarlijkse vrijstelling van € 2.129. Bedraagt de schenking meer dan de jaarlijkse vrijstelling dan is het meerdere belast. Voorts kan de op blz. 68 en 69 beschreven verhoogde vrijstelling voor schenkingen in verband met de eigen woning ook van toepassing zijn op schenkingen aan kleinkinderen of aan derden. Vermogen nalaten bij overlijden Laat u bij overlijden vermogen na? Voorkom dan dat uw erfgenaam erfbelasting moet betalen tegen het hoogste tarief. Door tijdens leven jaarlijks te schenken waarbij u gebruik maakt van het lagere tarief en de jaarlijkse vrijstelling, kunt u de bij overlijden verschuldigde erfbelasting eenvoudig verlagen. Dit geldt vooral als het gaat om beleggingsvermogen. In dat geval heeft de schenking tevens tot gevolg dat uw box 3-inkomen lager wordt. Bij de begiftigde wordt het geschonken vermogen belast in box 3. Zie onderstaande tabel voor de in 2017 geldende tarieven. Ook dit jaar relevant Erven en schenken Tarieven 2017 De Successiewet 1956 kent een dubbel progressief tarief. Dit betekent dat de hoogte van de verschuldigde schenkof erfbelasting enerzijds afhankelijk is van de verwantschap tussen de schenker/erflater en de begiftigde/erfgenaam en anderzijds van de omvang van de verkrijging. De tarieven voor het jaar 2017 zijn als volgt: Deel van de verkrijging in 2017 (na toepassing van de vrijstellingen) Verkrijger is een kind of echtgenoot Verkrijger is een kleinkind Verkrijger is een ander (bijv. broers, zussen, neven of nichten) Tussen € 0 en € 122.269 10% 18% 30% € 122.269 en meer 20% 36% 40% < terug naar de inhoudsopgave 74 Erven en schenken Schenken van ondernemingsvermogen Overweegt u aandelen van een vennootschap, waarin u een belang van tenminste 5% heeft, te schenken aan een familielid of een derde? Dan kan de schenking onder voorwaarden geheel of ten dele vrij van schenkbelasting plaatsvinden door gebruik te maken van de bedrijfsopvolgingsregeling. In 2017 is de verkrijging van ondernemingsvermogen voor 100% vrijgesteld voor zover de waarde van de onderneming maximaal € 1.063.479 bedraagt. Voor het meerdere geldt een vrijstelling van 83%. Voor de resterende 17% die niet is vrijgesteld, is het mogelijk tien jaar rentedragend uitstel van betaling te krijgen. Voor de toepassing van de bedrijfsopvolgingsregeling is van belang dat door uw vennootschap al vijf jaar een (materiële) onderneming wordt gedreven en dat u de te schenken aandelen al vijf jaren bezit. Daarnaast is vereist dat de begiftigde de aandelen vijf jaren behoudt en dat de onderneming minimaal vijf jaar door de vennootschap wordt voortgezet. Al jaren wordt kritiek geuit op de huidige regeling omdat ondernemingsvermogen aanzienlijk lager wordt belast dan overig vermogen. Indien u van de huidige regeling gebruik wenst te maken, kan het derhalve voordelig zijn actie te ondernemen. Hoge WOZ-waarde verkregen woning Heeft u een woning geschonken gekregen, of heeft u deze woning geërfd, waarbij de WOZ-waarde hoger is dan de waarde in het economische verkeer? Dan is het goed te weten dat de schenk- of erfbelasting wordt geheven op basis van de door de gemeente vastgestelde WOZ-waarde van de woning. Een WOZwaarde hoger dan de waarde in het economische verkeer leidt dus tot hogere schenk- of erfbelasting. Omdat sprake is van een wettelijk waarderingvoorschrift kan hiervan bij de aangifte of de aanslagregeling niet worden afgeweken. Maak daarom bij een te hoge WOZ-waarde tijdig bezwaar bij de gemeente of vraag als begiftigde of erfgenaam tijdig een nieuwe WOZ-beschikking aan bij de gemeente. Bij de verkrijging van een verhuurde woning (door een ander dan de huurder) wordt de WOZ-waarde vermenigvuldigd met een zogenoemde leegwaarderatio die slechts geldt voor woningen waarvan de huurder huurbescherming geniet. Let wel, indien bij verhuurde woningen de WOZ-waarde in betekenende mate (>10%) hoger is dan de waarde in het economische verkeer van de woning, kunt u op grond van rechtspraak uitgaan van de lagere waarde in het economische verkeer. Vraagt u zich af welke WOZ-waarde u moet opgeven bij de aangifte schenk- of erfbelasting? U mag als verkrijger van een woning bij de aangifte kiezen tussen twee peildata. Enerzijds kunt u de WOZwaarde van de woning in het jaar waarin u de woning verkreeg in aanmerking nemen. Anderzijds mag u ook de WOZ-waarde voor het jaar volgend op het jaar van de schenking of vererving hanteren. Krijgt u bijvoorbeeld in 2017 een woning geschonken? Dan mag u voor de aangifte schenkbelasting kiezen tussen de WOZ-waarde van de woning voor het jaar 2017 (waardepeildatum 1 januari 2016) of het jaar 2018 (waardepeildatum 1 januari 2017). De laagste van deze twee WOZ-waarden mag dus worden opgenomen in de aangifte. < terug naar de inhoudsopgave Family Owned Business & Private Wealth 75 Erven en schenken Aangifte schenkbelasting Heeft u in 2017 een schenking ontvangen? Let er dan wel op dat u tijdig de aangifte schenkbelasting indient. Voor de schenkbelasting geldt dat de aangifte schenkbelasting uiterlijk door de Belastingdienst moet zijn ontvangen op 1 maart van het jaar volgend op het jaar van de schenking. Dit betekent dat als u in 2017 een schenking heeft ontvangen, u voor 1 maart 2018 de aangifte schenkbelasting moet hebben ingediend. Aangifte erfbelasting Heeft u in 2017 een erfenis ontvangen? Dan moet u als verkrijger of executeur de aangifte erfbelasting indienen binnen 8 maanden na de dag van het overlijden. U kunt overigens uitstel aanvragen voor het doen van de aangifte. Over de verschuldigde erfbelasting is belastingrente verschuldigd. Wilt u voorkomen dat u deze moet betalen? Dan moet tijdig om een voorlopige aanslag erfbelasting worden verzocht. Controleer uw testament Is uw testament nog up-to-date? Controleer of uw testament nog aansluit bij uw situatie en wensen. Check dan ook of uw testament fiscaal nog de beoogde gevolgen heeft. Wij raden aan om dit eens in de paar jaar te doen en bij belangrijke wijzigingen in uw financiële of persoonlijke omstandigheden. Sinds 2010 is de Successiewet ingrijpend gewijzigd, zodat het zeker bij testamenten van voor die tijd raadzaam is om deze goed te (laten) bekijken. Betalen erfbelasting door overdracht van kunst Verkrijgt u kunstvoorwerpen of cultuurgoederen uit een nalatenschap? Overweeg dan of u deze zou willen overdragen aan de Staat. De minister van Financiën verleent onder voorwaarden bij overdracht van kunst aan de Staat kwijtschelding van de verschuldigde erfbelasting (en de evenredig samenhangende belastingrente) voor 120% van de waarde van het overgedragen kunstvoorwerp. Het object komt vervolgens in de collectie van een Nederlands museum of een universitaire instelling. Daarvoor is wel van belang dat u een verzoek tot kwijtschelding van erfbelasting indient tot uiterlijk 8 weken nadat de aanslag erfbelasting onherroepelijk is geworden. Ook moet de Adviescommissie beoordeling aangeboden cultuurbezit uit nalatenschappen bepalen of de aangeboden voorwerpen uit de nalatenschap van voldoende nationaal kunst- of cultuurhistorisch belang zijn. Heeft u kunst die na uw overlijden een plek in een Nederlands museum of universitaire instelling verdient? Ook in dat geval kunt u overwegen om een verzoek in te dienen bij het Ministerie van Financiën om te beoordelen of een kunstvoorwerp of cultuurgoed in aanmerking komt voor de regeling ‘Erfbelasting betalen met kunst’. Uw erfgenamen kunnen dit voorwerp dan na uw overlijden overdragen aan de Staat, en daarmee kwijtschelding verleend krijgen van de verschuldigde erfbelasting (en de evenredig samenhangende belastingrente) voor 120% van de waarde van het overgedragen kunstvoorwerp. < terug naar de inhoudsopgave 76 Erven en schenken Remigratie vanuit België naar Nederland en schenken aan uw kind(eren) Woont u al meer dan 10 jaar in België en wilt u vanuit België remigreren naar Nederland? En overweegt u daarnaast een schenking te doen aan uw kind(eren)? Dan kunt u onder voorwaarden tot 6 maanden voor uw remigratie vanuit België naar Nederland een zogenoemde ‘papieren schenking’ doen die vrij is van Belgische en Nederlandse schenk- en erfbelasting. Daarvoor is onder meer wel van belang dat u als schenker niet overlijdt voor remigratie. Een papieren schenking houdt in dat u voor een Nederlandse notaris het vermogen slechts op papier wegschenkt aan uw kind(eren), maar feitelijk maakt u het geschonken bedrag niet over. Zolang u leeft, behoudt u de vrije beschikking over het geschonken bedrag en kunt u het onbeperkt uitgeven. Uw kind(eren) verkrijg(t)en als begiftigde(n) slechts een vordering op u als schenker, die niet eerder opeisbaar is dan bij uw overlijden. Keerzijde is wel dat u bereid moet zijn om bij leven rente te betalen over de schuld aan de begiftigden. Erfbelasting en schenkingsrecht in Luxemburg Bent u geëmigreerd naar Luxemburg en overweegt u vermogen te schenken aan uw kinderen? Dan kan ongeacht waar u kinderen woonachtig zijn, deze schenking vrij van Luxemburgs schenkingsrecht plaatsvinden. Overigens is het raadzaam om na te gaan wat de gevolgen van deze schenking zijn voor het Nederlandse schenkingsrecht. Bent u geëmigreerd naar Luxemburg en overweegt u vermogen bij uw overlijden na te laten aan uw kinderen? Bij overlijden van een in Luxemburg woonachtige belastingplichtige heft Luxemburg geen successierecht van bloedverwanten in de eerste graad (waar dan ook woonachtig), voor zover de wettelijke verdeling per bloedverwant onder Luxemburgs recht wordt gerespecteerd. In het geval het ene kind meer ontvangt dan het andere, dan wordt maximaal 5% successierecht geheven over het meerdere. Overigens heft Luxemburg onder bepaalde voorwaarden eveneens geen successierecht van de weduwe/weduwnaar. < terug naar de inhoudsopgave Family Owned Business & Private Wealth 77 Erven en schenken In Zwitserland gelegen vakantiewoning Heeft u het voornemen om uw in Zwitserland gelegen vakantiewoning te schenken aan uw kind(eren)? Dan moet u rekening houden met eventuele belastinggevolgen in Zwitserland. Een schenking van een Zwitserse vakantiewoning aan uw kind(eren) kan in beginsel plaatsvinden zonder acute Zwitserse belastingheffing, indien de schenking op een juiste manier wordt vormgegeven. Over het algemeen is een dergelijke schenking aan uw kind(eren) vrij van Zwitserse schenkbelasting en Zwitserse overdrachtsbelasting (Handänderungssteuer). De winstvermogensbelasting op onroerende zaken (Grundstückgewinnsteuer) kan wel tot heffing leiden, maar deze heffing kan veelal worden uitgesteld naar het moment dat uw kind(eren) de vakantiewoning overdraagt. Tot slot gelden de hierna genoemde overdrachtsbeperkingen niet als u uw Zwitserse vakantiewoning overdraagt binnen de familie. Bent u van plan om in Zwitserland een vakantiewoning te kopen? Houdt u er dan rekening mee dat Zwitserland de verkrijging van Zwitserse onroerende zaken door nietingezetenen beperkt. De verkrijging van Zwitserse onroerende zaken door een EU-burger die geen ingezetene is van Zwitserland moet worden geautoriseerd door de competente kantonnale autoriteiten. De kantonnale autoriteiten zullen een dergelijke transactie alleen autoriseren als wordt voldaan aan de vereiste federale en, indien aanwezig, kantonnale, wetgeving. Een belangrijke voorwaarde is bijvoorbeeld dat de onroerende zaak in de betreffende gemeente mag worden aangemerkt als vakantiewoning. Ook moet het jaarlijkse quotum van overgedragen vakantiewoningen nog niet zijn bereikt in het betreffende kanton. Daarbij is het niet relevant of de betreffende vakantiewoning al in bezit is van niet-ingezetenen, noch de juridische titel van de overdracht (koop, ruil, schenking enz.). Let wel, deze overdrachtsbeperkingen gelden niet indien u een Zwitserse vakantiewoning verkrijgt of overdraagt binnen de familiekring. < terug naar de inhoudsopgave 78 Charitatieve instellingen Een charitatieve instelling spant zich in voor een bepaald goed doel. Een dergelijke instelling kan onder voorwaarden gebruik maken van een aantal fiscale voordelen. Daarvoor is van belang dat de instelling als zodanig door de Belastingdienst wordt aangemerkt als een algemeen nut beogende instelling (ANBI). Let wel, een charitatieve instelling is geen instelling die een maatschappelijk belang nastreeft (SBBI), zoals een muziek- en sportvereniging en is ook geen instelling die een SBBI steunt door gelden in te zamelen voor de viering van een lustrum van een SBBI (Steunstichting SBBI). In dit onderdeel bespreken wij de belangrijkste tips voor charitatieve instellingen (ANBI’s). < terug naar de inhoudsopgave Family Owned Business & Private Wealth 79 Nieuw Charitatieve instellingen Commerciële prijs voor goeddoelactiviteiten Verricht de ANBI de goeddoelactiviteiten tegen een commerciële prijs? Dan kan dit voor de Belastingdienst aanleiding zijn tot het intrekken van de ANBI-status. Charitatieve activiteiten van een ANBI waarvoor een commerciële prijs in rekening wordt gebracht, worden aangemerkt als activiteiten die primair particuliere belangen dienen. De Hoge Raad heeft geoordeeld dat het niet relevant is of de afnemer van de activiteiten de prijs die hij betaalt als commercieel of marktconform ervaart, maar dat tarieven pas als commercieel worden beschouwd als de tariefstelling is gericht op het behalen van exploitatieoverschotten. Charitatieve instellingen < terug naar de inhoudsopgave 80 Ook dit jaar relevant Charitatieve instellingen Common Reporting Standard en ANBI Heeft een ANBI met name inkomsten uit beleggingen en wordt het beheer hiervan overgelaten aan een vermogensbeheerder? Dan is de instelling waarvan u oprichter was of bestuurder bent, mogelijk een ‘financiële instelling’ onder de zogenoemde ‘Common Reporting Standard’ (CRS). Dit kan leiden tot extra administratieve verplichtingen voor de ANBI. CRS is gericht op het automatisch uitwisselen van financiële gegevens tussen landen in het kader van meer transparantie in belastingzaken. Een ANBI kwalificeert onder andere als financiële instelling indien het vermogen van de instelling wordt beheerd door een vermogensbeheerder die zelf kwalificeert als financiële instelling (bijvoorbeeld een bank) én de inkomsten van de instelling over de afgelopen drie jaren voor meer dan 50% uit beleggingsinkomsten bestonden. In dat geval moet uw instelling de (rechts)personen aan wie zij vanaf 1 januari 2016 een uitkering heeft gedaan volgens bepaalde eisen identificeren en moet de instelling jaarlijks in bepaalde gevallen gegevens verstrekken aan de Belastingdienst. Publicatievereisten ANBI Voldoet de ANBI aan de publicatievereisten? Dit is belangrijk voor het behoud van de ANBI-status van de instelling, waarvan u oprichter was of bestuurder bent. Eén van de voorwaarden waaraan kwalificerende ANBI’s moeten voldoen, is het publiceren van bepaalde gegevens op internet, waaronder financiële gegevens en namen van bestuurders. Houd er rekening mee dat de financiële informatie binnen zes maanden na afloop van het boekjaar op internet gepubliceerd moet zijn. Een ANBI moet ook een actueel beleidsplan hebben en de hoofdlijnen daarvan publiceren op internet. Het verdient daarom aanbeveling het beleidsplan periodiek te updaten. Statutenwijziging ANBI Gaat u binnenkort de statuten van een ANBI wijzigen? Voorkom dat de instelling de ANBI-status verliest, doordat de statuten niet voldoen aan de wettelijke vereisten. Belangrijk is dat u let op de liquidatiebepaling. Een batig liquidatiesaldo van een ANBI mag enkel ten goede komen aan een ANBI met een soortgelijke doelstelling of aan een buitenlandse instelling die voor 90% of meer het algemeen nut beoogt en een soortgelijke doelstelling heeft als de op te heffen ANBI. Bij invoering van deze eis in 2012 is voor bestaande ANBI’s overgangsrecht ingevoerd dat vereist dat de liquidatiebepaling wordt gewijzigd bij de eerstvolgende statutenwijziging van de ANBI. < terug naar de inhoudsopgave Family Owned Business & Private Wealth 81 Charitatieve instellingen Intrekken ANBI-status met terugwerkende kracht Wilt u dat een instelling de ANBI-status behoudt? Zorg er dan voor dat de instelling, waarvan u oprichter was of bestuurder bent, blijft voldoen aan de daarvoor geldende voorwaarden. Hierbij kan worden gedacht aan een actueel beleidsplan, gedegen statuten en de publicatieplicht op internet. Als de instelling hieraan niet meer voldoet, kan zij de ANBI-status verliezen. De Hoge Raad heeft bevestigd dat de ANBI-status zelfs met terugwerkende kracht kan worden ingetrokken. Dit kan leiden tot (onverwachte) ongunstige financiële en fiscale gevolgen. Gevolgen intrekking ANBI-status Heeft de Belastingdienst de ANBI-status van de instelling ingetrokken? Dan hoeft u geen informatie meer te publiceren op internet. Wel moet de voormalige ANBI jaarlijks informatie over gedane schenkingen en het verloop van het vermogen doorgeven aan de Belastingdienst. Indien niet (volledig) aan deze eis wordt voldaan, kan de Belastingdienst een boete opleggen. De informatieplicht eindigt wanneer de voormalige ANBI geen vermogen meer heeft dat was bestemd om te worden besteed aan het algemeen nut. < terug naar de inhoudsopgave 82 Family Owned Business & Private Wealth 83 Team Family Owned Business & Private Wealth Heeft u een familiebedrijf, bent u ondernemer en/of vermogende particulier? Dan heeft u te maken met complexe fiscale en juridische regelgeving, in binnen- en buitenland. Dit geldt niet alleen voor uw onderneming maar ook voor uw (familie)vermogen. Vragen als ‘Hoe bereik ik een optimale fiscale en juridische situatie, zowel voor mijn onderneming als in privé?’ en ‘Hoe draag ik in de toekomst mijn (familie) bedrijf op de juiste wijze over, met waarborging van de continuïteit van de onderneming?’ komen mogelijk bij u op. Vragen die niet alleen worden beantwoord op basis van ratio, maar waarbij familiewaarden en emotie tevens een rol spelen en dus ook in die context beoordeeld moeten worden. Graag voorzien wij als team Family Owned Business & Private Wealth u van een op maat gesneden en persoonlijk advies. Daarbij leggen wij de nadruk op meedenken én vooruitdenken, inspelen op de maatschappelijke dynamiek en het assisteren bij het maken van de juiste keuzes. Dit geldt tevens voor onze dienstverlening aan family offices, private bankers, (familie) stichtingen en (familie)trusts. Wat kunt u van ons verwachten? Aan de hand van negen voorbeelden lichten wij graag toe wat u zoal van ons kunt verwachten: 1. Fiscale en juridische structurering van uw familiebedrijf 2. Advisering over het bestuur en toezicht op uw familiebedrijf en –vermogen 3. Bescherming van uw vermogen en uw privacy 4. Fiscale en juridische structurering van de bedrijfsopvolging 5. Begeleiding van uw emigratie naar het buitenland en/ of remigratie 6. Fiscale en juridische structurering van uw waardevolle bezittingen 7. Advisering over huwelijkse voorwaarden en testament 8. Het oprichten van (familie)stichtingen en goeddoelorganisaties 9. Oudedagsvoorzieningen Wat maakt ons uniek? Uniek zijn wij vanwege de volledig geïntegreerde samenwerking tussen belastingadviseurs, notarissen en advocaten. Uw vragen worden vanuit meerdere invalshoeken beantwoord, waarbij wij onafhankelijk zijn van accountants. Bovendien kunt u gebruik maken van specialistische fiscale en juridische kennis van de regelgeving in onze vier thuismarkten (Nederland, België, Luxemburg en Zwitserland) en van ons wereldwijde (bevriende) netwerk. Op basis van onze 100-jarige ervaring in de sector en oprechte interesse in de cliënt kunnen wij uw complexe fiscale en juridische vraagstukken op een efficiënte wijze omzetten in pragmatische oplossingen. Hierbij streven wij naar duurzame cliëntrelaties gebaseerd op onderling vertrouwen (trusted adviser). < terug naar de inhoudsopgave Contact Heeft u na het lezen van deze uitgave behoefte aan een nadere toelichting over deze tips? Of wilt u weten wat de gevolgen zijn van de tips voor uw situatie? Neem dan contact op met uw Loyens & Loeff-adviseur. Of neem voor een vrijblijvend kennismakingsgesprek contact op met een van onze adviseurs van het Family Owned Business & Private Wealth-team. Nederland Gerard Blokland Belastingadviseur / Partner T +31 20 578 51 89 E [email protected] Rien Meppelink Notaris / Partner T +31 20 578 59 69 E [email protected] Fred van der Leije Belastingadviseur / Partner T +31 10 224 64 33 E [email protected] Pieter van Onzenoort Notaris / Counsel T +31 10 224 62 52 E [email protected] < terug naar de inhoudsopgave België Luxemburg Zwitserland Marcel Vrijenhoek Belastingadviseur / Senior associate T +352 466 230 295 E [email protected] Georges Frick Advocaat / Associate T +41 43 434 67 12 E [email protected] Saskia Lust Advocaat / Partner T +32 2 700 10 27 E [email protected] Nicolas Bertrand Advocaat / Partner T +32 2 773 23 46 E [email protected] < terug naar de inhoudsopgave Colofon Auteurs Barbara Albrecht, Kees Bouwmeester, Almut Breuer, Bas Dieleman, Georges Frick, Gerhard Grauss, Bart Heijnen, Tim Hendriks, Judith Klapwijk, Pieternel Kouwenhoven, Frank Kroes, Stephanie de Kruijk, Arianne de Leeuw, Maayke van Leeuwe, Saskia Lust, Renate Meijer, Rogier Ploeg, Bert van der Poel, Luca van Silfhout, Matthijs van Tol, Rick van der Velden, Wies Verstraaten, Pleuni Visser, Marcel Vrijenhoek, Céline van Waesberge en Ruben van der Wilt. Datum afsluiting uitgave De uitgave is afgesloten op 6 oktober 2017. Dit betekent dat latere ontwikkelingen niet in de uitgave zijn opgenomen. Let wel, een aantal tips dat is vermeld onder de rubriek ‘nieuw’ zijn gebaseerd op de voorgestelde maatregelen uit het Belastingplan 2018 en/of andere relevante wetsvoorstellen. Aangezien de Tweede Kamer medio november en de Eerste Kamer in december 2017 nog moeten stemmen over de voorgestelde maatregelen, is niet zeker of én welke van deze maatregelen in werking zullen treden. Auteur en (eind)redactie Jessica Litjens Professional Support Lawyer / Senior associate T +31 20 578 55 37 E [email protected] Disclaimer Hoewel deze publicatie met grote zorgvuldigheid is samengesteld, aanvaarden Loyens & Loeff N.V. en alle andere entiteiten, samenwerkingsverbanden, personen en praktijken die handelen onder de naam ‘Loyens & Loeff’, geen enkele aansprakelijkheid voor de gevolgen van het gebruik van de informatie uit deze uitgave zonder hun medewerking. De aangeboden informatie is bedoeld ter algemene informatie en kan niet worden beschouwd als advies. < terug naar de inhoudsopgave Als toonaangevend kantoor is Loyens & Loeff de logische keuze als juridisch en fiscaal partner wanneer u in of via Nederland, België, Luxemburg of Zwitserland zaken doet. Met onze vestigingen in de Benelux en Zwitserland en kantoren in de belangrijke financiële centra kunt u wereldwijd rekenen op een persoonlijk advies van een van onze 900 adviseurs. Dankzij onze full-service praktijk, specifieke sectorbenadering en diepgaande kennis van de markt, begrijpen onze adviseurs precies waaraan u behoefte heeft. Amsterdam, Arnhem, Brussel, Hong Kong, Londen, Luxemburg, New York, Parijs, Rotterdam, Singapore, Tokyo, Zurich LOYENSLOEFF.COM

Loyens & Loeff - Gerard Blokland and Jessica Litjens

Loyens & Loeff is a leading independent, full-service law and tax firm in Europe that is uniquely on point for the most complex challenges and environments. With over 1,500 employees, including more than 800 tax and legal advisers, we combine teams of experts who understand what matters most to you, are invested in your success, and who work with you closely to deliver pragmatic excellence that gets things done. Our offices are located in the Netherlands, Belgium, Luxembourg, Switzerland, and key financial centres around the world.

Back Forward
  • Save & file
  • View original
  • Forward
  • Share
    • Facebook
    • Twitter
    • LinkedIn
    • WhatsApp
  • Follow
    Please login to follow content.
  • Like
  • Instruct

add to folder:

  • My saved (default)
  • Read later
Folders shared with you

Filed under

  • Netherlands
  • Company & Commercial
  • Tax
  • Loyens & Loeff

Popular articles from this firm

  1. Dutch tax policy guidance on foreign pension funds *
  2. General Security Requirements for Dutch Government Contracts *
  3. Europe steps up antitrust enforcement against algorithmic pricing *
  4. Discounted premium and Wtp transition in the notarial profession: court dismisses claims by retired notaries *
  5. Gedempte premie en Wtp‑transitie in het notariaat: rechtbank wijst vorderingen van gepensioneerde notarissen af *
Interested in contributing?
Get closer to winning business faster with Lexology's complete suite of dynamic products designed to help you unlock new opportunities with our highly engaged audience of legal professionals looking for answers.
Learn more
Powered by Lexology

Professional development

  • Been There, Done That - Top Tips for New Leaders - Insights from a Former CEO - Learn Live

    MBL Seminars | 1.25 CPD hours
    Online
    8 April 2026
  • Share Exchanges - Tax Issues & Implications Explained - Learn Live

    MBL Seminars | 3 CPD hours
    Online
    9 April 2026
  • Company Law - 2026 Virtual Conference

    MBL Seminars | 5 CPD hours
    Online
    13 April 2026
View all

Related practical resources PRO

  • How-to guide How-to guide: Sales and use tax considerations in e-commerce (USA)
  • How-to guide How-to guide: Streamlined sales tax (USA)
  • Checklist Checklist: Preserving privilege: what every in-house lawyer needs to know (UK) Recently updated
View all

Related research hubs

Netherlands

Company & Commercial

Tax

Resources
  • Daily newsfeed
  • Panoramic
  • Research hubs
  • Learn
  • In-depth
  • Lexy Find
  • Scanner
  • Contracts & clauses
Lexology Index
  • Find an expert
  • Reports
  • Research methodology
  • Submissions
  • FAQ
  • Instruct Counsel
  • Client Choice 2025
More
  • Lexy AI
  • About us
  • Legal Influencers
  • Firms
  • Blog
  • Events
  • Popular
  • Lexology Academic
  • Lexology Talent Management
Legal
  • Terms of use
  • Cookies
  • Disclaimer
  • Privacy policy
Contact
  • Help centre
  • Contact
  • RSS feeds
  • Submissions
 
  • Login
  • Register
  • TwitterFollow on X
  • LinkedInFollow on LinkedIn

© Copyright 2006 - 2026 Law Business Research

Law Business Research